//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie


Enkele cantates van J.S. Bach (en andere muziek)

Met de cantates van Johann Sebastian Bach heb ik me zowel praktisch als theoretisch uitgebreid beziggehouden. Links naar schriftelijke overblijfsels hiervan (m.n. toelichtingen en vertalingen) vindt u hieronder. Ook meer algemene achtergrondinformatie over de 'religieuze beleving' die bij de cantates (en de grote 'Passionen') hoort. Voor biografische gegevens verwijs ik u naar mijn Bach-pagina. Daar ook meerdere links.
Nog één ding: over de uitvoering die Bach zelf voor ogen stond (hoeveel zangers, hoeveel instrumenten etc...) heeft hij in 1730 een memo opgesteld ("wohlbestallte Kirchen Music"). Helder en concreet. Vandaar het origineel de vertaling: vorm zelf uw mening. Ook zijn activiteiten als 'hofcomponist' en 'muziekdirecteur van de stad' (en later muziekanimator in de coffeeshop van Zimmermann) komen aan de orde. 

NB: Something about the theological background of the texts used in cantatas (oratoria, passions):

Een korte algemene inleiding vindt u hieronder in het Nederlands en het Frans

 

Antwerpse cantatepreken (St.Norbertus)
  • BWV 6: Bleib bei uns, denn es will Abend werden
  • BWV 34: o Ewiges Feuer! o Ursprung der Liebe
  • BWV 42: Am Abend aber desselbigen Sabbats
  • BWV 61: Nun komm, der Heiden Heiland
  • BWV 62: Nun komm, der Heiden Heiland
  • BWV 67: Halt im Gedächtnis
  • BWV 70a: Wachet, betet
  • BWV 78: Jesu, der du meine Seele
  • BWV 80: Ein feste Burg
  • BWV 85: Ich bin ein guter Hirt
  • BWV 93: Wer nun den lieben Gott lässt walten
  • BWV 99: Was Gott tut das ist wohlgetan
  • BWV 97: In allen meinen Taten
    BWV 127: Herr Jesu Christ, wahr' Mensch und Gott
  • BWV 132: Bereitet die Wege
  • BWV 131: Aus der Tiefen
  • BWV 137: Lobet den Herrn
  • BWV 139: Wohl dem der sich auf seinem Gott vertraut
  • BWV 147a: Herz und Mund... toelichting
    BWV 147a: reconstructie adventscantate.
  • BWV 180: Schmücke dich o liebe Seele


Algemene opstellen

Cantates

algemene inleiding

Naast de grote Passies die J.S. Bach heeft geschreven voor Goede Vrijdag, heeft hij ook – aldus de necrologie die na zijn overlijden in 1750 verscheen - 5 complete jaargangen kerkmuziek voor alle zon- en feestdagen geschreven, de zogeheten ‘cantates’. Ongeveer 2/3 hiervan is overgeleverd (een kleine 200 stuks), meestal in manuscript. Deze productie begon bij zijn aanstelling als ‘cantor van de Thomasschool’ en ‘muziekdirecteur van de stad’ in 1723. De cantate werd uitgevoerd na de Evangelielezing en voor de preek. Het was Bachs bijdrage aan de Schriftuitleg, want dat is de bedoeling van deze liturgisch kunstvorm, die in de 18de eeuw zo’n hoge bloei heeft bereikt: een muzische meditatie leveren bij de lezing van de zondag, een gezongen preek.

Elke zondag van het kerkelijk jaar klonk deze muziek in Leipzig in één van de twee hoofdkerken (Nicolaikerk of Thomaskerk), uitgenomen de vastenperiodes voor Kerstfeest (Advent) en Pasen (de Vasten). De Lutherse traditie hield dus vast aan de oude traditie dat het orgel dan dient te zwijgen en er geen Figuralmusik (kunstige muziek) meer mocht klinken. De laatste zondag-met-cantate voor de vasten was de 7de zondag voor Pasen (zondag ‘Quinquagesima’ (= de vijftigste, nl. dag voor Pasen).
Na deze zondag was het dus soberheid troef in Leipzig, idealiter een tijd van inkeer en boete als voorbereiding op Pasen... en voor een cantor met een zekere ambitie plots een zee van tijd om eens met iets bijzonders uit te pakken als die periode voorbij is: een reeks kerstcantates die we nu het Weihnachtsoratorium noemen, of een hybride combinatie van passie-lezing en muziek: de Passionen. Ze konden zowaar eens grondig repeteren vooraf ! Iets wat er meestal niet of nauwelijks van kwam, omdat er in de rest van het liturgisch jaar gewoon geen tijd voor was.

wilt u meer achtergrond, die kunt u hier lezen [evocatie: een cantate van zero tot uitvoering in 1 week]

 Introduction générale

Parallèlement aux grandes Passions que J-S Bach a écrites pour le Vendredi Saint, il a également écrit- selon la nécrologie parue après son décès en 1750 - de la musique d’église pour tous les dimanches et jours de fête de cinq cycles annuels: ce sont les cantates. Environ 2/3 de ce corpus de composition a survécu - près de 200 pièces - la plupart sous forme de manuscrits. Cette production commença avec son installation comme ’cantor de l’école St Thomas’ et ‘directeur de la musique de la ville’ en 1723. La cantate était exécutée après l’évangile et avant la prédication. C’était la participation de Bach à l’explication des Écritures, car là était bien le but de cette forme artistique qui a connu au 18ème siècle un développement brillant: une présentation méditative musicale proche de la lecture du dimanche, une prédication chantée.
Lors de chaque dimanche de l’année liturgique cette musique résonnait dans l’une des deux église (St Nicolas ou St Thomas), les longues périodes exceptées qui précèdent la Noël (Avent) et Pâques (Carême). La tradition luthérienne a donc perpétué l’ancienne tradition selon laquelle l’orgue doit se taire et aucune ‘Figuralmusik’ (musique artistique) ne peut résonner.
Le dernier dimanche-avec-cantate avant le Carême était le 7ème dimanche avant Pâques, dimanche de la Quinquagésime ( 50ème jour avant Pâques). Après ce dimanche il y avait donc une soudaine sobriété à Leipzig, idéalement un temps pour l’introspection et la pénitence en préparation à la Pâques… et pour un cantor habité par une certaine ambition, brusquement un large espace de temps pour réaliser quelque chose de spécial pour la suite de cette période: une série de cantates liturgiques que nous appelons à présent Oratorio de Noël, ou un regroupement hybride de lectures de la passion: ce sont les Passions. Cette période permettait en effet de programmer les répétitions nécessaires à une préparation en profondeur, le reste de l'année liturgique ne laissant pratiquement pas de temps pour cela.

 

Home


Dick Wursten (dick@wursten.be)