//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie

 

BWV137: Lobet den Herren...

09-09-2012, St. Norbertus, Antwerpen
Evangelielezing: Markus 7: 31-37
homilie tijdens de misviering, voorafgaand aan de uitvoering van de cantate:...

 

of ga meteen naar de inleiding op de cantate

 

0. paralipomenon (dit zou ik moeten zeggen, maar laat ik achterwege)

Van de historische Jezus weten we niet veel, behalve dat hij tijdens zijn leven bekend stond om twee dingen: zijn ‘onderricht over het goede leven’ en zijn wonderbaarlijke genezingskracht. Dat eerst punt, zijn leer, zijn prediking, zijn levenslessen etc… daar horen we nog graag over, dat tweede punt, dat nemen we ter kennisgeving aan, en proberen we liefst maar zo symbolisch, mogelijk uit te leggen… Het geneert. Toch kan vooral Markus er maar niet genoeg van krijgen, het ene wonder na het ander, en vooral de uitdrijving van boze geesten. Net het punt waar wij het het meest lastig mee hebben. Allemaal toch wel erg primitief, allemaal wel erg van een andere tijd. En ik kan ze nu voor u wat aannemelijker maken door te vertellen, dat wat Jezus doet dat ‘made perfect sense’ binnen het antieke wereldbeeld, maar voor ik dan erg in heb verdwijnt Jezus zelf ook in de verte: een historische wonderrabbi… goed voor toen, maar wat moet ik daar vandaag nog mee? Terechte vragen, waar ik in deze preek niet op kan ingaan, want dan zouden we niet meer aan Bach toekomen.

Ik noem daarom slechts twee opvallende punten, die in veel wonderverhalen voorkomen:

  1. Jezus behandelt de zieke als mens, als individu, als unieke persoon. Hij schenkt hem aandacht en tijd, hij raakt hem aan, herhaaldelijk, neemt hem vaak apart, spreekt met hem. En dat allemaal voorafgaand aan de genezing… of zou het misschien zo zijn, dat zulk een handelwijze al het begin is van het wonder van de genezing?!

  2. De reactie van de omstanders is vaak dat zij ‘bui­ten zichzelf zijn’ van verbazing en commentaar geven op het gebeuren waardoor het eschatologische karakter van het geheel zichtbaar wordt. Vooral dat laatste is hier in Mk. 7 opvallend aanwezig. De profetie wordt vervuld. Bijna Letterlijk wordt Jesaja  35 geciteerd. In dit wonder gaat het om ‘her-schepping’, de schepping opnieuw… de woestijn gaat weer bloeien, het gebrokene wordt geheeld, lammen springen als herten, doven horen en blinden zien…

 

I. Het wonder van Jezus

 

Beste mensen, de evangeliën bewaren de herinnering aan iets heel bijzonders dat mensen beleefd hebben… rondom Jezus van Nazareth. Het was zo uniek, zo eenmalig, onherhaalbaar, dat men – ook toen hij er zelf niet meer was – de herinnering aan hem levend wilde houden.

Mensen van allerlei slag waren het: vrouwen, mannen, armen, rijken, vooral Joden, maar niet exclusief (we zijn met dit verhaal in het buitenland (Syrie, Jordanie) en Jezus komt uit Libanon waar hij zopas van een vrouw geleerd heeft dat een echte goede boodschap wel universeel moet zijn, wil het echt een ‘goede boodschap’, een evangelie zijn…

Allemaal zijn deze mensen door de ontmoeting met Jezus op een zo originele manier zichzelf tegengekomen, zichzelf geworden, soms tot hun eigen verbazing, dat ze er de rest van hun leven niet meer los van konden komen.

Wat ze deelden was – individueel gekleurd: ieder mens is anders, ieder mens lijdt ook op een andere wijze aan het leven – de ervaring dat het leven goed was, zelfs in z’n gebrokenheid, dat het heel was, ookal ontbrak er veel aan.

En die herinnering hebben ze bewaard, gekoesterd, elkaar steeds weer verteld, gevat in 1001 verhalen… want zeiden ze tot elkaar: zolang je die blijft herhalen, zal Hij er ook zijn… en zijn heelmakende Kracht… ‘Heiland’ zeiden wij vroeger dan.

 

Okay, misschien dat ze wat overdreven hebben soms, en misschien dat Markus wat al te enthousiast is als hij het ene wonderverhaal vertelt na het andere, waar je soms als moderne mens nauwelijks nog aansluiting bij vindt…

Maar toch: als je die verhalen onbevangen leest, dan zeggen ze eigenlijk heel precies waarover het gaat: een beschadigde schepping wordt hersteld, een in doofheid geïsoleerde mens wordt opgevist, bij de hand genomen…Effatha zei Jezus: ‘ga open’… de oren vooreerst, maar ook de mens… zijn leven: ga open… eindelijk kon hij participeren, mee-doen in het mensenleven… Effatha, ga open, bloei op.  

Her-schepping, de schepping opnieuw… Rondom Jezus werd het werkelijkheid: Elk Adamskind en Eva’s dochter, wandelt weer in de hof… De steppe bloeit, als een roos… En degenen die het gezien hebben en meegemaakt.. waren buiten zichzelf en riepen het uit ‘Hij heeft alles goed gemaakt’…

Hoort u de echo uit Genesis 1: en God zag dat het goed was, ja, zeer goed…

 

 

2. Een boodschap van Luther

(preek over Marcus 7:31‑37 - vrij)... You've got one message)

 

‘...dat Christus deze ene mens genezen heeft, dáár verbazen jullie je over? Maar dat jullie zelf horen, oren hebben, en ogen en tien vingers, en dat je kunt gaan en staan… dat zegt je niets?

Ach, wie niet helemaal blind is, die ziet hier in dit leven zulke wonderschone hemelen dat hij soms wel van vreugde zou kunnen sterven. En wie niet helemaal doof is, die hoort hier op aarde muziek die hem tot in de zevende hemel verheft… Maar kijk: waarvoor gebruiken wij de wondergaven, die God ons gegeven heeft? Wat? Om elkaar te belasteren met onze tong, om schandelijke praatjes op te vangen met onze oren, om God te lasteren en onszelf te verdoemen.

Maar daarvoor heb je je oren en je tong niet gekregen, maar om, zoals er aan het slot van het evangelie staat, God ermee te loven en te zeggen: Hij heeft alles goed gemaakt.

Maar de duivel zorgt ervoor, dat wij niets horen en zien.. doof zijn we, stom.

Daarom zegt God ook tegen ons: Effatha, ga open, hoor toch eens.

 

 

3. Een lied uit Neanderthal

 

En dat brengt mij bij de cantate van deze zondag. Geen verwijzing naar de Schriftlezing te horen in de tekst, maar toch perfect passend… “Effatha”… Ga open, bloei op, barst uit in één lange lofzang op God, op het leven. Alles wat ‘adem’ heeft, alles wat leeft.. zet het in, laat het horen. En alles wat dienen kan om de lof van God nog intenser te maken, muziekinstrumenten in de eerste plaats, worden erbij geroepen om deze ‘viering van het leven’, celebration nog meer kracht bij te zetten.

Een typisch bijbels gezang trouwens… Met weglating van enkele 17e eeuwse wendingen bestaat het hele lied eigenlijk uit psalmcitaten… [kort gezegd: ps 33 en 150 leveren de oproep, inclusief de muziekinstrumenten uit het eerste couplet. Psalm 57 en 103 leveren  de rest, t/m de ‘adelaarsvleugelen’ uit vers 2…

Eigenlijk dus gewoon een oudtestamentisch lied… Enkel in het laatste couplet noemt de dichter Jezus even, maar dan nog in de taal van het oude testament: ‘Abrahams zaad’, omfloerst, indirect, net zoals in Maria’s Magnificat…, een verwijzing die de meeste vertalingen overigens ‘missen’.

 

Grappig eigenlijk om in een lied een oproep te doen om God te loven… want met de oproep te doen, vervul je die tegelijk. Loben den Herren.. Looft de Heer, in het Hebreeuws: Halleloe-ja.

 

Trouwens de dichter was een collega van mij, een calvinistische dominee, Joachim Neumann heette hij (vergriekst door zijn grootvader tot Neander), een telg uit een Duits domineesgeslacht Hij heeft dit lied niet gedicht om in de kerkdienst te zingen (calvinisten zongen enkel psalmen), maar voor bijeenkomsten en vooral (onderweg, op reis en “bij Christenergötzungen im Grünen”… bij meditatieve natuurwandelingen…

En daarin was hij trouwens zelf een voortrekker, letterlijk. Hij trok bij Düsseldorf graag de diepe geheimzinnige kloof in die de rivier de Dussel daar had uitgegraven…. Hij had er een grot ontdekt, waar men vaak samenkwam, bijbelstudie deed en zong…

 Neander stierf op 30jarige leeftijd, maar had zoveel indruk gemaakt op de Dusseldorfers, dat ze de grot naar hem hebben genoemd ‘Neandergrot’… en later kreeg de hele vallei zijn naam: Neanderthal… Precies: de grot waar men in 1856 de breoemde schedel heeft gevonden…

Mooi eigenlijk: een calvinistische dichter geeft naam aan prehistorische mens:

paleontologie en theologie in harmonie…


 

 

4.      Een cantata van Bach

 

Waar moet u naar luisteren ?

 

Naar die prachtige melodie natuurlijk. Door Neander ontleend aan een werelds lied, feestelijker nog, m.n. in zijn ritmiek dan dit gezang. Bach was er ook door bekoord. Hij gebruikt de melodie in elk deel van zijn cantate. Natuurlijk overduidelijk in het begin en slotkoraal, maar ze is ook volledig en makkelijk herkenbaar aanwezig in het 2e en 4e deel (die a.h.w. elkaars spiegelbeeld zijn: in het 2e deel zingt de mensenstem de melodie en viert de viool feest, in het 4e deel mag de menselijke stem z’n uitbundige gang gaan en laat de trompet de melodie horen). Enkel in het middendeel zult misschien moeite hebben de melodie te herkennen, maar ook hier heeft Bach het muzikale motief afgeleid uit beginbeweging van de melodie…

Maar: hoe interessant en overweldigend het ook is als in het eerste deel de openingsakkoorden gespeeld worden door de trompetten …. en pauken en de hobo’s hun gesyncopeerde ritmes laten horen, Bach zou Bach niet zijn als hij het bij het effect alleen zou gelaten hebben. Hij is een contrapuntist pur sang. Een muziekstuk moet polyfoon zijn anders is het maar een deuntje of een klankeffect… En daar houdt Bach niet van.

Dus elke keer bereiden de onderstemmen op een fugatische wijze de presentatie van de liedmelodie voor…

BEHALVE één keer: in het middengedeelte laat hij deze techniek varen, en klinken alle stemmen tegelijk. Zo doen ze wat ze zingen: Kommet zu Hauf… Kom samen… psalter, harp en stem. en laat de muziek horen… en dan gaan we weer fugato in volle glorie.

 

Nr. 2 Bij het tweede couplet, een aria voor alt,  krijgt de viool de eervolle opdracht om ‘de vleugels’ van de Heer uit te beelden… die de mens, dag in dag uit, omgeven, beschermen en…als het nodig is: dragen… een beeld uit het lied van Mozes. Iedere organist zal het stuk herkennen: het is door Bach omgewerkt tot trio, en als 1 van de zes ‘’Chorale von verschiedener Art’ in 174 gepubliceerd door Johann Schübler.

 

Nr. 3: een duet voor sopraan en bas, natuurlijk – typisch Bach – veeleisend voor de zangers. Een zeer homogeen stuk, waar slechts eenmaal de harmonische voortgang onderbroken wordt door een enkel chromatisch maten… niet toevallig op de woorden "In wieviel Not."

Ik kan bezig blijven. Doe ik niet.

 

Nr. 4 De tenor aria (4) is ook een uitdaging, veel acrobatie, maar telkens weer is daar de rustige melodie, instrumentaal voorgedragen als tegenwicht… Opnieuw brengt de meester een kleine muzikale toets aan door de woorden "Denke dran" nadrukkelijk anders te behandelen dan de rest van de tekst .. het wordt je op het hart gebonden… Denke daran… was der Almachtige kann... Wat ?

iets overweldigends? …. neen.

die u met liefde tegemoet kom… zoals in het evangelie Jezus de doofstomme man…

 

Nr. 5. En dan tenslotte: een magnifieke koraalbewerking (5) : zevenstemmig uitgewerkt (symbolisch zonder meer): zeven getal van de volheid en voltooiing…. Alles moet God loven… alles in mij, alles buiten mij… alles wat leeft, alles wat ‘adem heeft’…

Psalm 150: alles wat adem heeft, love den Heer… Halleluja

Psalm 103: En gij mijn ziel, vergeet niet, de goedertierenheid des Heren…

Halleluja, Amen.

 

 

 

Home cantates varia biografie


Dick Wursten (dick@wursten.be)