//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie

 

 

Johannes 10, 11-18 & Psalm 80: De Herder Israels  BWV 104

 

Gij hoeder Israels, hoor (ons),

Gij die uw volk leidt als een herder, verschijn,

Stralend, boven de cherubiem.

 

Zo begint straks de cantate.

Een psalmgebed, een schreeuw om redding, van een volk in diepe nood,

Israel, het huis van Jozef, Gods oogappel…

 

De roep om een herder, een echte, een goede… één die zijn leven geeft voor zijn schapen en niet omgekeerd, die roep is altijd actueel. En ook al kennen wij herders enkel nog van horen zeggen, het archetype blijft, een oerbeeld, dat genoeg heeft aan de menselijke verbeeldingkracht om te werken.  Wat heeft dat beeld dan? Wat is er zo fundamenteel aan?  

Niet dat wij schaapjes moeten zijn, kuddedieren die beaat blatend achter ‘de leider’ aansjokken. Als je het beeld zo ‘leest’ dan kijk je m.i. de verkeerde kant op.

 

Het beeld wil ons op de herder wijzen op een existenieel gegeven, namelijk dat het leven niet vanzelfsprekend en zeker is, maar dat je 'het erop moet durven wagen' in het geloof (faith, trust) dat je wel een weg zult vinden die begaanbaar is, of anders geformuleerd: dat je onderweg 'geleid wordt', 'behoed'. Dan gaat het niet om onmondigheid of slaafse volgzaamheid, maar om een diep vertrouwen in het leven, en dat het ‘goed’ zal zijn, de moeite waard, ook als het tegenzit.

 

Basic trust en courage to be.

Beide aspecten zijn essentieel, wil je kunnen leven.

En: beide zijn niet vanzelfsprekend. Ze zijn een geschenk, genade, als je ze hebt. Daar mag je wel dankbaar voor zijn. Er zijn ook mensen die ddat niet hebben en die dat moeten 'bevechten' op het leven zelf. Een zware strijd. En je kunt het ook nog kwijtraken ook: Je vertrouwen, het kan geschonden worden, je levenslust: opeens kan het ‘op zijn’. En wat dan? Ja, dan roep je het uit, opnieuw, herder Israels, hoor ons… God, die ons verder leidt, laat u zien!

 

Maar hij komt niet op commando. Manipuleren kun je hem niet, net als het leven zelf. 

Mens-zijn is een onzeker bestaan, je bent kwetsbaar, sterfelijk… Eindig. En wat onze levensweg betreft: we weten niet altijd welke weg we moeten gaan, en soms zelfs helemaal niet. Het lijkt vaak meer op struikelen, vastlopen, vallen, weer opstaan, doorgaan, opnieuw, verdwalen… En hoe vaak breekt het ons niet bij de handen af…  Neen, dat basisvertrouwen en die morele moed om te leven, ze zijn niet vanzelfsprekend, voorgegeven, altijd beschikbaar…

 

De cantate van deze zondag articuleert precies dat element.

 

Je moet eigenlijk wachten tot de bas het woord krijgt (nrs. 4 en 5) om de pastorale toon volledig te horen doorbreken. Daar wordt vanuit de basic trust gezongen, en de moed hervonden. Voordien is er aanvechting.  Het vertrouwen moet ‘bevochten’ worden op een tegenstrevende werkelijkheid.

 

De herder Israels, God… de Goede Herder, Jezus:

Hij wordt aangeroepen, uit alle macht: erbij geroepen

 

openingskoor: U moet er straks maar eens opletten hoe in het openingskoor er wel elementen van de pastorale aanwezig zijn (de maat in drieën, de gepunteerde noten), maar ze zijn niet dominant. Sterker nog: Hoe verder Bach vordert in de tekst, hoe nadrukkelijker de aanroepingen; Höre, Erscheine… naar voren worden gehaald. Goede herder, behoeder, behouder, Redder… : Hoor, Luister toch! U lijkt wel doof voor mijn geroep. Verschijn: laat u opmerken in dit – ons – leven. Laat u zien in uw stralende verschijning: Höre, Erscheine

recitatief: In het eerste recitatief wordt – natuurlijk, hoe kan het anders, we zijn in de kerk – volmondig beleden dat de ‘Goede herder’ voor zijn schapen zorgt en dat God getrouw is: … dus waarom zou je eigenlijk zitten tobben?! Maar ja, dat is het nu precies: iets met de mond belijden is niet hetzelfde als dat ook zo ervaren. Geloven dat iets ‘waar’ is en het ook als waar ‘beleven’ zijn twee verschillende dingen. Die spanning tussen wat je gelooft en hoe je dat soms heel anders ervaart… 

tenor aria: In de eerste aria (nr. 3 tenor) wordt die spanning voluit gethematiseerd, zowel in de tekst als in de muziek. De goede herder is er wel, maar hij verbergt zich… en dat kan zelfs zolang duren dat de angst je om het hart slaat. God is een verborgen god, de Deus absconditus van Jesaja, van de mystici, maar bovenal: van hen die lijden aan het leven, onder onrecht en die roepen: Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Waarom wacht gij zo lang? Laat gij mij dan voor immer in de steek?

Bach schildert het in de muziek: Wat duur het woord lang … angstwekkend lang… Je wordt er bang van, doodsbang. In chromatische reeksen brokkelt alle geloofszekerheid af als dit woord wordt beproefd.
De begaanbare weg die wij hadden verwacht met de Goede Herder te mogen gaan… spoorloos. De gang verzwakt… U hoort de gelovige bijna door de knieën gaan en vallen.
Maar hij blijft doorgaan, hij geeft niet op. Hij kan niet anders, want anders zou hij geen gelovige zijn… Maar het enige dat hem overeind houdt, is de kreet zelf die Gods Geest als het ware in hem eruit perst: Vader, Abba…Je roept het uit, Je roept hem aan, je roept hem erbij: Gij die zegt er te zijn: ‘Wees er’!

recitatief en bas-aria: En dan vindt de ommekeer plaats: Typisch Luthers: nr. 4: Dit Woord, dat wil zeggen: God als ‘Vader’ te mogen aanspreken, hem een Goede Herder te mogen weten, dat woord blijkt voedsel voor de ziel, hemelse spijs en drank, teerkost voor onderweg. En dan komt de muziek ons te hulp om dit (dorre) woord tot leven te wekken…Als een echte evangelist brengt Bach de blijde boodschap tot in het hart.

U hoeft enkel de muziek te ondergaan en u wordt de waarheid van het evangelie gewaar: Het is toch goed om op aarde te leven… De weg - ookal leidt die doorheen een woestenij - zal begaanbaar zijn…  

En dan gebeurt het ongelooflijke, het onmogelijke: zelfs het einde van het leven, de dood, wordt in deze alomvattende goedheid meegenomen. In de laatste zin van de bas-aria wordt het sterven (de laatste vijand, zoals de apostel Paulus zegt) tot een slapend wachten op Gods Koninkrijk…

Vanzelfsprekend is het niet, maar toch.

Ook dit laat Bach met muzikale middelen horen. De muziek klimt omhoog in de voorlaatste zin. We hebben een voorsmaakje gehad van het hemelse leven en hopen nu op ‘des Glaubens Lohn’.

 

De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar daar is nog de dood… Via een dramatische harmonische progressie, of beter: degressie lijkt die hoop als plumpudding in elkaar te zakken (napolitaanse sixt), maar terwijl de bas verwijlt op het woord ‘Tod’, en hij zit diep…, zeker de tweede keer, raakt bijna buiten adem, klimmen de instrumenten al weer uit het dal… herademen. De circulaire wandelende motieven hernemen. Zelfs al ga ik door een dal van schaduw des doods, Gij zijt bij mij… uw stok en uw staf vertroosten mij.

 

Gods Goedheid is te groot voor het geluk alleen.

Zij gaat in alle nood door heel het leven heen.

Zij daalt als vruchtbaar zaad, tot in de groeve af

Omdat zij niet verlaat wie toeven in het graf,

Omdat zij niet vergeet wie godverlaten zijn:

De wereld hemelsbreed zal goede aarde zijn.

 

Amen.

Tekst en vertaling: (Dick Wursten)

Coro

1

Koor [S, A, T, B]

Oboe d'amore I/II, Taille, Violino I/II, Viola, Continuo

 

 

Du Hirte Israel, höre, 
der du Joseph hütest wie der Schafe, erscheine,
der du sitzest über Cherubim.

 

Gij hoeder Israels, hoor
Gij die uw volk leidt als een herder, verschijn
Stralend, boven de cherubiem.

 

 

 

Recitativo T

2

Recitatief [Tenor]

Continuo

 

 

Der höchste Hirte sorgt vor mich, 
Was nützen meine Sorgen? 
Es wird ja alle Morgen 
Des Hirtens Güte neu. 
Mein Herz, so fasse dich, 
Gott ist getreu.

 

De hoogste herder zorgt voor mij, 
waarom zou ik nog bezorgd zijn? 
Elke morgen is immers
de goedheid van de herder nieuw. 
Mijn hart, herpak u, 
God is getrouw.

 

 

 

Aria T

3

Aria [Tenor]

Oboe d'amore I/II, Continuo

 

 

Verbirgt mein Hirte sich zu lange, 
Macht mir die Wüste allzu bange, 
Mein schwacher Schritt eilt dennoch fort.
Mein Mund schreit nach dir, 
Und du, mein Hirte, wirkst in mir 
Ein gläubig Abba durch dein Wort.

 

Ookal verbergt mijn herder zich te lang, 
en maakt de woestijn mij al te bang, 
toch ijl ik met zwakke tred nog voort. 
Mijn mond schreeuwt het uit, naar u,
en Gij, mijn herder, stuwt in mij naar boven
een gelovig Abba, door uw woord.

 

 

 

Recitativo B

4

Recitatief [Bas]

Continuo

 

 

Ja, dieses Wort ist meiner Seelen Speise, 
Ein Labsal meiner Brust, 
Die Weide, die ich meine Lust, 
Des Himmels Vorschmack,
ja, mein alles heiße. 
Ach! sammle nur, o guter Hirte, 
Uns Arme und Verirrte; 
Ach laß den Weg nur bald geendet sein 
Und führe uns in deinen Schafstall ein!

 

Ja, dit woord is voedsel voor mijn ziel, 
een verkwikking voor mijn hart;
[het is] de weide, die ik mijn lust, 
de voorsmaak van de hemel, 
ja, mijn alles, noem. 
Ach, goede herder, breng ons toch bijeen
die arm zijn en verdwaald;
Ach, laat de reis nu snel ten einde zijn 
en leid ons binnen in uw schaapstal !

 

 

 

Aria B

5

Aria [Bas]

Oboe d'amore I e Violino I all' unisono, Violino II, Viola, Continuo

Beglückte Herde, Jesu Schafe, 
Die Welt ist euch ein Himmelreich.
Hier schmeckt ihr Jesu Güte schon 
Und hoffet noch des Glaubens Lohn 
Nach einem sanften Todesschlafe.

 

Wat een voorrecht, dat voor jullie als Jezus' schapen, 
deze wereld een hemels rijk mag zijn. 
Hier proeven jullie Jezus' goedheid al
en wacht je bovendien nog het loon des geloofs 
dat na een zachte slaap des doods, je deel zal wezen.

 

 

 

Choral

6

Koraal [S, A, T, B]

Oboe d'amore I e Violino I col Soprano, Oboe d'amore II e Violino II coll'Alto, Taille e Viola col Tenore, Continuo

Der Herr ist mein getreuer Hirt, 
dem ich mich ganz vertraue, 
Zur Weid er mich, sein Schäflein, führt, 
Auf schöner grünen Aue, 
Zum frischen Wasser leit' er mich, 
Mein Seel zu laben kräftiglich 
Durchs selig Wort der Gnaden.

 

De Heer is mijn trouwe herder, 
aan wie ik mij gans toevertrouw. 
Hij leidt mij, zijn schaapje, 
naar mooie groene weiden, 
naar fris water brengt hij mij, 
om mijn ziel krachtig te laven 
door het zalige woor der genade.

 

 

Home cantates varia biografie


Dick Wursten (dick@wursten.be)