//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie

 

J.S. Bach “Gottes Zeit is die allerbeste Zeit”

(Actus Tragicus),  Bwv 106

De aanleiding voor deze compositie (1708!, Bach is nog maar 23 jaar, organist in Mühlhausen) werd vroeger vaak gezocht in de persoonlijke sfeer, maar het lijkt me gezien de omvang van het werk waarschijnlijker en realisitischer te denken aan de uitvaart van een publieke persoonlijkheid. In aanmerking komt bijv. burgemeester Adolph Strecker, een vroom man en groot cultuurliefhebber. Hij overleed na een lang ziekbed in september 1708. In de bewaard gebleven rouwpreek wordt gemeld dat Strecker zich op zijn eigen dood voorbereidde middels religieuze lectuur.... Ars moriendi dus in Luthers zin. Bijvoorbeeld het toen zeer wijdverspreide en hoogaangeschreven boekje van prof. Johann Olearius: "Christliche Bet-Schule auff unterschiedliche Zeit, Personen, Verrichtungen, Creutz, Noth, und Zufälle im Leben und Sterben wie auch insonderheit auff die ordentlichen Sonntags- und Fest-Evangelia gerichtet ... " Bach zelf bezat dit boekje ook, en de bijbelteksten die in de cantate elkaar opvolgen zijn daar te vinden, zelfs in dezelfde volgorde. Misschien heeft Strecker die dus wel zelf uitgezocht. Het is een hypothese, maar zeker niet onmogelijk. Hij had namelijk ook de tekst voor de rouwpreek uitgekozen (zie hiervoor het opstel in het Engels van Markus Rathey uit 2006).

bethschule_Olearius

Zoals de titel aangeeft is dit een heel praktisch boekje, waarin men geschikte gebedsteksten vindt, geordend per “wat een mens zoal kan overkomen in leven en sterven”. In de 3. klas reeds gaat het over de voorbereiding op het sterven. Niet zo vreemd overigens met de hoge sterftecijfers. En daar zien we in les 3 (Der III. Titul) een reeks bijbelteksten aan het begin, die de luisteraar van BWV 106 bekend voorkomt:

Der III. Titul.
Tägliche Seuffzer und Gebet um ein seliges Ende
(Dagelijkse gebeden voor een zalig einde)

BEstelle dein Hauß,
denn du wirst sterben
und nicht lebendig bleiben
. Esa. XXXVIII,I.

Es ist der alte Bund,
du must sterben
. Sir. XIV,18.

Ich habe Lust abzuscheiden,
und bey Christo zu seyn
. Phil. I.23.

Ja komm HErr JEsu. Offenbahr. XXII,20.

In deine Hände befehl ich meinen Geist,
du hast mich erlöset,
HErr du treuer GOtt
. Ps. XXXI,6

Heute wirstu mit mir im Paradieß seyn. Luc. XXIII, 43.

Zie hiervoor verder: Renate Steiger, 'J. S. Bachs Gebetbuch? Ein Fund am Rande einer Ausstellung',  in: Musik und Kirche Jahrgang 55, 1985, pp. 231-234. Later uitgebreid in:  'Actus tragicus und Ars moriendi. Bachs Textvorlage für die Kantate "Gottes Zeit ist die allerbest Zeit"' (BWV 106), in: Musik und Kirche, Jahrgang 59, 1989, pp. 11-23. 

In de voorlaatste 'klas' in de gebedsschool (klas 12) komen deze teksten nogmaals voorbij, nu ook inclusief de beide koralen. Logisch. Les 12.2 gaat nu uitgebreid in op de strekking van de tekst 'Bestelle dein Haus'... (Jes. 38,1). Het overdenken van bijbelteksten (schuingedrukt in de cantatetekst hieronder) is een typisch christelijke geestelijke oefening: Lees een bijbeltekst, denk erover na, verwijl erbij, proef wat God hier tot jouw ziel zegt, en zo kun je de gevoelens en gedachten (rondom het sterven) in het gelid zetten en komen tot een verdiepte visie op en beleving van je eigen sterven. Dat is het leerplandoel voor die klas in de school des levens. Scharniermoment in de cantatetekst is hier de roep van de sopraan Komm, Herr Jesu, Komm...

De muziek van Bach onderstreept deze beweging. De aanvankelijke droefenis bij de dood van een geliefde wordt kort geëvoceerd in de sinfonia om dan geconfronteerd te worden met de geloofsbelijdenis van de kerk: “De mens wikt, maar God beschikt” en: “Wat God doet, dat is welgedaan...” Dit wordt vervolgens uitgewerkt in twee actes (de naam Actus Tragicus is overigens niet oospronkelijk, maar vanwege de opbouw en enkele dramatische momenten wel passend).

Acte 1 = het leven in de oude bedéling (een verouderde term, maar onvervangbaar, vgl. T.S. Eliot: The Magi: old dispensation): zo is de mens eraan toe, had God niet in Christus een nieuw initiatief genomen. Zijn “condition humaine” is een “Sein zum Tode”. Vandaar de roep aan het eind van acte 1: “Kom, Heer Jezus, kom” De manier waarop Bach deze bijbelse roep (eigl. maranatha) laat tevoorschijn komen uit een strakke fuga op "Mensch, du musst sterben", is wel zeer aangrijpend. Je voelt het gevecht en hoe de breekbare 'zachte' kracht moet strijden, maar uiteindelijke het langst/laatst klinkt.

Acte 2 = het leven in de nieuwe bedéling: Christus is gekomen en heeft alle dingen nieuw gemaakt, zelfs de dood is erdoor veranderd. Ze is “leven” geworden. Een alt-aria vol "overgave" (Ergebung, Hingabe) vertolkt Jezus's kruiswoord (een Psalmvers), waarop Luther’s versie van het “Nunc dimittis”, de lofzang van Simeon, traditioneel avondgebed, de zekere rust van de gelovige kan vertolken terwijl de bas dat andere kruiswoord enthousiast parafraseert. Inderdaad:  De dood is uiteindelijk niet erger dan een... slapen. Eens dit vastgesteld, kan het niet anders, dan dat ook de begrafeniscantate uitloopt op een lofprijzing op de drie-enige God, die niemand anders is dan de Gods des levens.

Bijzonder aan deze cantate is dat oud en nieuw ook in stijl van de muziek wordt weerspiegeld. Het eerste deel wordt gekenmerkt door meer statische gebonden muziekvormen, die typisch zijn voor 17de eeuwse Schriftmotetten; het tweede deel moet in 1707 progressief geklonken hebben. (Bach was nog maar 22 jaar en volop aan het experimenteren). De vormen zijn vrijer, beweeglijker en gedifferentieerder. (Zie hiervoor Friedrich Dürr).


NB: terwijl koor en sopraan duelleren aan het einde van Acte I, klinkt daaronder een instrumentaal citaat van het lied Ich hab mein Sach Gott heimgestellt, een thematisch zeer verwant lied. Het begin van couplet 2 van dit lied zit ook dicht bij de titel van de cantate: Mein Zeit und Stund ist, wann Gott will...

NB2: de schuingedrukte teksten zijn Schriftcitaten (Bijbelwoorden) of zoals men toen ook wel zei: Kraftsprüche (Lutheranen geloofden in de kracht van het woord. Het bewerkt wat het zegt.

 

1. Sonatina

 

 

2. (Coro - Handelingen 17,28)

Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit.

In ihm leben, weben und sind wir,

solange er will.

In ihm sterben wir zur rechten Zeit,

wenn er will.

Sonatina

 

Acte 1

Coro

Gods tijd is de allerbeste tijd.

In hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, zolang Hij wil.

In hem sterven wij te rechter tijd,

wanneer Hij wil.

 

 

(Arioso Tenor - Psalm 90,12)

Ach, Herr, lehre uns bedenken, daβ wir sterben müssen, auf daβ wir klug werden.

(Aria Bas - Jesaja 38,1)

Bestelle dein Haus; denn du wirst sterben und nicht lebendig bleiben.

(Coro - Sirach 14,18)

Es ist der alte Bund: Mensch, du musst sterben!

(Sopran - Apocalpys 22,20)

Ja, komm, Herr Jesu, komm!

 

(Onderwijl: instrumentaal citaat van het lied 'Ich hab mein Sach Gott heimgestellt', een lied met gelijkaardige thematiek)

Arioso T

Ach, Heer, leer ons bedenken dat wij eens sterven moeten, opdat wij wijs worden.

Aria B

Tref beschikkingen voor uw huis,

want gij zult sterven en niet leven.

Coro

Het is het oude Verbond: Mens, gij moet sterven!

Sopraan

Ja, kom, Heer Jezus, kom!

 

3. (Aria Alt - Psalm 31,6)

In deine Hände befehl ich meinen Geist; du hast mich erlöset, Herr, du getreuer Gott.

 

(Arioso Bas & Choral Alt - Lukas 23,45)

Heute wirst du mit mir im Paradies sein.

Mit Fried und Freud ich fahr dahin

In Gottes Willen,

Getrost ist mir mein Herz und Sinn,

Sanft und stille.

Wie Gott mir verheißen hat:

Der Tod ist mein Schlaf geworden.

(lofzang van Simeon, - Luther)

Acte 2

Aria A

In uw hand beveel ik mijn geest;

Gij verlost mij, Heere, getrouwe God.

 

Arioso B

Heden zult gij met mij in het paradijs zijn

Choral A

Vol vrede en vreugde ga ik heen

geborgen in Gods wil,

Mijn hart heeft deze troost verstaan

zo zacht en stil.

Het is zoals God heeft beloofd:

De dood is mij een slaap geworden.

  

4. (Coro)

Glorie, Lob, Ehr und Herrlichkeit

Sei dir, Gott Vater und Sohn bereit,

Dem heilgen Geist mit Namen!

Die göttlich Kraft

Mach uns sieghaft

Durch Jesum Christum, Amen.

(Strofe 7 van 'In dich hab ich gehoffet, Heer')

 

Slotkoor

Glorie, lof, eer en heerlijkheid

Zij u, God, Vader en Zoon, bereid;

De heilige Geest met name!

Goddelijke kracht

Doe ons triomferen

door Jezus Christus, Amen.

 

 

Home cantates varia biografie


Dick Wursten (dick@wursten.be)