Handtekening van Johann Sebastian Bach

BWV 4 : Christ lag in Todesbanden

(Paaszondag)

Omdat COVID-19 als een 'verderver' rondwaart, kon de op 19 april 2020 geplande Bach-cantatedienst in de Norbertuskerk geen doorgang vinden. In plaats daarvan schreef ik een uitgebreide bespreking van het lied van Martin Luther en de cantate van Bach voor de virtuele Norbertuskerk. Zo probeerden we wat tegenwicht te bieden tegen de oprukkende versombering.

Onder de afbeelding het lied met vertaling. Een metrische vertaling voor 75 % Ad den Besten (Liedboek voor de Kerken 1973, gezang 203). De uitdaging voor de vertaler is om de statige cantus planus van het origineel serieus te nemen (de melodie is nu eenmaal wat ze is). Zowel de 'toon' als de 'beweging' (tactus) van de tekst daarmee te laten sporen. Het lied is immers een vrije versie —qua tekst en melodie— van de oeroude Paassequens Victimae paschali laudes. Zie daarvoor de genoemde bespreking. Ik heb Ad den Besten als basis genomen en 1x bij Jaap Zijlstra gespiekt (Liedboek 2013 - herkenbaar aan de kleur). Als geen van beide bevredigde heb ik zelf vertaald (cursief). Dat was vooral het geval waar de originele beeldtaal nogal kras-realistisch was (een 'gebraden Paaslam' en 'lekker paaskoeken eten'), voor beide genoemde vertalers blijkbaar een brug te ver.

 
1. Sinfonia
Violino I/II, Viola I/II, Continuo
 
2. Versus 1
S A T B (+ Cornetto, Trombone I-III),
Violino I/II, Viola I/II, Continuo
Christ lag in Todes Banden
für unsre Sünd gegeben.
Er ist wieder erstanden
Und hat uns bracht das Leben.
Des wir sollen fröhlich sein,
Gott loben und ihm dankbar sein
Und singen: Halleluja!
Halleluja!
1 Die in de dood gebonden lag
om ons en onze zonde,
is opgestaan met groot gezag :
Christus heeft overwonnen!
Hij bracht ons het leven weer,
laat ons nu loven God de Heer

God loven en hem dankbaar zijn
en zingen : halleluja!
Halleluja!
   
3. Versus 2
S + Cornetto, A + Trombone, Continuo
 
Den Tod niemand zwingen kunnt
bei allen Menschenkinder.
Das macht alles unsre Sünd,
Kein Unschuld war zu finden.
Davon kam der Tod so bald
Und nahm über uns Gewalt,
Hielt uns in seinem Reich gefangen.
Halleluja!
2 Geen die de dood bedwingen kon,
geen enkel mens op aarde;
dat kwam doordat wij man voor man
verstrikt in zonden waren.
Zo kreeg hij ons in zijn macht
en heeft ons in zijn rijk gebracht
en hield ons daar gevangen.
Halleluja!

   
4. Versus 3
T, Violino I/II, Continuo
 
Jesus Christus, Gottes Sohn,
an unser Statt ist kommen
und hat die Sünde weggetan,
damit dem Tod genommen
all sein Recht und sein Gewalt;
Da bleibet nichts denn Tods Gestalt;
Den Stachl hat er verloren.
Halleluja!
3 Toen heeft God Zoon ons hulp verschaft
Hij, als een mens gekomen,
wees zonde en verzoeking af
en heeft de dood ontnoemen
al zijn rechtsmacht en geweld;

Niets rest er dan het sterven zelf:
De angel is
verdwenen.
Halleluja!
   
5. Versus 4
S A T B, Continuo
 
Es war ein wunderlicher Krieg,
da Tod und Leben rungen.
Das Leben behielt den Sieg;
es hat den Tod verschlungen.
Die Schrift hat verkündigt das,
wie ein Tod den andern fraß,
ein Spott aus dem Tod ist worden.
Halleluja!
4 Het was een wonderlijk gevecht,
toen dood en leven
streden.
Het leven hield de overhand
en heeft de dood verslonden.
De Schrift heeft verkondigd dat
nu de ene dood de andere vrat –
je met de dood
mag spotten.
Halleluja!
   
6. Versus 5
B, Violino I/II, Viola I/II, Continuo
 
Hier ist das rechte Osterlamm,
davon Gott hat geboten.
Das ist hoch an des Kreuzes Stamm
in heißer Lieb gebraten.
Das Blut zeichnet unser Tür;
Das hält der Glaub dem Tode für.
Der Würger kann uns nicht mehr schaden.
Halleluja!
5 Zie Hem, die 't ware paaslam is,
door God
ons voorgeschreven.
Het is hoog aan de stam van 't kruis,
in liefdesvuur gebraden.
Zijn bloed tekent onze deur;
niet langer oefent zijn terreur
de dood, die mensenmoorder.
Halleluja!
   
7. Versus 6
S T, Continuo
 
So feiern wir das hohe Fest
Mit Herzensfreud und Wonne,
Das uns der Herr erscheinen läßt;
Er ist selber die Sonne,
Der durch seiner Gnaden Glanz
Erleuchtet unsre Herzen ganz;
Der Sünden Nacht ist verschwunden.
Halleluja!
6 Laat ons dan vieren 't hoge feest
dat Christus heeft gegeven,
verheugd van hart en blij van geest,
Hij immers is ons leven.
Hij is onze zon, ons licht,
op Hem is ons bestaan gericht,
't is dag voor ons geworden
Halleluja!
   
8. Versus 7
S A T B, Continuo (+ Instr)
Wir essen und leben wohl
In rechten Osterfladen
Der alte Sauerteig nicht soll
Sein bei dem Wort der Gnaden.
Christus will die Koste sein
Und speisen die Seel allein,
Der Glaub will keins andern leben.
Halleluja!

7. Wij eten en doen ons te goed
a
an
echte 'Osterfladen'*
Wij doen het
oude zuurdeeg weg;
wat rest is pure genade.
Christus wil de maaltijd zijn
Hij voedt de ziel met brood en wijn:
genoeg voor dood en leven
.
Hallelujah.

Nederlandse vertaling: Dick Wursten (met dank aan J.W. Schulte Nordholt en Jaap Zijlstra)
                                                                                                                                                                                             

*Osterfladen = Traditioneel Duits Paasgebak (platte koeken/broden: Paasvlaaien). Verwijzing naar de platte ongerezen (ongezuurde) broden van het Joodse Paasfeest, de matses van Pesach.


Dick Wursten (dick@wursten.be)