Handtekening van Johann Sebastian Bach

BWV 191: omlijsting van de academische kerstoratio

Toespraak, uitgesproken bij de muziekviering in de Sint-Norbertuskerk (26 09 2026). Achtergrond: De academische kerstzitting van 1742.

“Duitsland wordt door tweedracht verscheurd. Een harde en verderfelijke oorlog vreet aan ons, onze vruchtbaarste provincies staan in brand, welvarende streken worden leeggezogen, steden en akkers worden verwoest. De grenzen waarachter wij ons veilig waanden houden de rampspoed niet langer tegen. Langzaam maar zeker komt de storm dichterbij. Ja, ze raast reeds vlak bij ons, en jaagt ons schrik aan; zij vervult ons aller gemoed met vrees voor wat komen gaat, houdt ons in het ongewisse. Oorlogen, ze zijn net als branden, ze blijven zelden waar ze ontstaan. Ze verspreiden zich, en gaan op strooptocht door de omliggende streken...”

Zo begint de uitnodiging voor de Academische zitting voor het Kerstfeest 1742. De toenmalige rector van de Leipziger Universiteit – Johann Christoph Gottsched – liet ze drukken en verspreiden.

Gedateerd 24 december 1742… Het kon nu geschreven zijn.

Zestien bladzijden dik is het boekje.
De eigenlijke uitnodiging staat pas op de allerlaatste pagina, en is maar tien regels lang. De rest is een zeer geleerde Latijnse verhandeling over de geboortedag van Christus... en gaat in op de vraag of er toen vrede heerste, op aarde, zoals de engelen zongen (Lucas 2, vers 14).

Uit de inleiding hebt u al begrepen dat het in de tijd van de schrijver niet zo was… Laten we wel wezen: Is dat ooit zo?
Vrede, hier, op aarde? Hier èn daar (het heil dat alle volken tendeel zal vallen)

In jaren 1740 was het helemaal mis in Europa, en ook Saksen werd erin meegesleept: August II van Saksen had dan wel in de zomer het verdrag van Berlijn ondertekend, en was zo uit de Oostenrijkse Successieoorlog gestapt, maar voordien was hij er enthousiast ingestapt, speculerend op gebiedwinst voor Sachsen (een 'stukje Bohemen erbij'). Een roekeloos avontuur was het gebleken. Het had veel geld, voorspoed en... mensenlevens gekost. Speelbal van de grootmachten was hij geworden. Zijn enige wijsheid – en dat prijst de schrijver in hem, in deze ‘Augustus’ – is , dat hij de ‘kunst van het ophouden beheerste', een oorlog stoppen, ook zonder overwinning, gewoon om je onderdanen verdere rampspoed te besparen…

Maar de vrede waarin wij vandaag leven, zo gaat hij verder (en opnieuw: het kon vandaag geschreven zijn): zal nooit meer zijn dan een aangevochten ‘rustpauze’ , het zal een vrede zijn in vrees en beven.

Μετὰ φόβου καὶ τρόμου zegt de schrijver, een Grieks citaat in een Latijnse tekst: Hij is een exegeet, hij vertelt niet wat hij bedenkt, maar geeft weer wat hij in de Schriften heeft vernomen, en rekend op 'resonantie' van die woorden bij zijn eveneens in de tale Kanaäns ingeleide publiek: een vaste Paulinische formule is het: Fil. 2:12 (werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven), Ef. 6:5, 2 Kor. 7:15, en met dezelfde strekking 1 Kor. 2:3).

De oorlog woedt immers nog volop… Praag wordt belegerd, en de afloop is onzeker is. Hoe gemakkelijk, kan de komst van een nieuw leger dat ze in de strijd stort, het gevaar hernieuwen, en de oorlog weer doen oplaaien, erger dan tevoren?

Hij kreeg gelijk…, maar dit terzijde. Enkele jaren later staan met Kerstmis de Pruisen in Dresden, en leggen hùn vrede op.

Prediker wist het al: Nil novum sub sole… Er is niets nieuws onder de zon. Alle stromen stromen naar de zee, en nochtans wordt de zee niet vol. Het is al ijdelheid, en najagen van wind.

Goed, ik zal u niet verder vermoeien met de details van deze zeer geleerde tekst.

Maar ik wil u wel meegeven, dat de auteur desondanks het hoofd niet laat hangen. We moeten elkaar enerzijds geen ‘blaasjes’ wijsmaken over de ‘vrede op aarde’… En dat we er wel uitkomen met een ‘beetje goede wil’. Zo simpel is het niet.

Maar hoe zit dat dan? Met die ENGELENZANG, want dat zal het thema zijn van de jaarlijkse kerstoratie in de universiteit.

Gloria in excelsis Deo… De engelen hebben makkelijk zingen, zij zijn al daarboven, maar hier, hier moeten we toch Gode zingen. Waar is dan het goede nieuws, het evangelie? Wat heeft die vreugdebode (lezing uit Jesaja) eigenlijk te melden? Waarvan heeft Johannes getuigd (Proloof van het Johannes-evangelie)?

Toch van de vrede, en wel degelijk... hier op aarde.

Et in terra pax….

Geen externe’vrede’… dat is een mythe en een gevaarlijke wegdromen van de realiteit. Toen Christus geboren werd, merkt de schrijver op, was er ook oorlog... in Armenië, Arabië, bij de Donau, en in Germania. En die hield niet op, ook niet voor 1 nacht.

Kerstromantiek is de schrijver van dit traktaat vreemd. En de redevoering zelf zal uitgebreid ingaan op de weerlegging van dat soort fabels, hoe ijverig ze ook de door ‘de ouden’ worden gedeeld. Wishful thinking is het. We zijn beter realist.

En dan, ja toch, is die vrede er. Waarom zouden de engelen anders 'GOD EREN (gloria in excelsis Deo zingen). Dat is niet gratuit, er moet iets gebeurd zijn. En hij komt met een gewaagde taalkundige exegetische wending:

Et in terra pax… Die zin is niet nevenschikkend, maar redengevend. Ze bevat de grond waarom de engelen God loven. Hij suggereert dat ‘Et’, in het Grieks ‘kai’, een kai-aitiologikon. Een redengevende zinsdeelverbinding.

Niet: Eer aan god in den hoge, EN vrede op aarde
Wel: Eer aan God in den HOGE, WANT er is vrede op aarde

Dat verzin ik niet, zegt hij: Dat heeft de grote kerkvader en prediker, bisschop van Constantinopel, Johannes Chrysostomos gezegd… En die wist wat Grieks was. De vrede... is er…. met/in Christus. Niet uiterlijk, dat is duidelijk (de afwezigheid van oorlog),
Maar wel reëel: innerlijk, geestelijk.

Mensen, onderschat de kracht van een geestelijke werkelijkheid toch niet. En de realiteit ervan. Een ‘vrede die alle verstand te boven gaat’ is geen illusie, maar een fundament onder het bestaan, een attitude om temidden van ‘oorlog’ staande te blijven, hoezeer ook aangevochten, aangevallen. Met ‘vrees en beven’.

Zij is gegrond (= fundamentum) in Gods Welbehagen (Eudokia – het derde woord uit de Engelenzang) jegens de mensen. De verzoening (dat is Chrysostomos invulling van 'eirene') door Christus gebracht…. Waardoor wij ons ‘mensen van Gods welbehagen’ mogen weten, kinderen Gods mogen heten.

En daarom LEVEN we nu toch in ‘vrede’, ook al is het oorlog; een standvastige rust (ep-anapausis = Theophylactus invulling van 'eirene'), mittendrin im Weltgetümmel...

Tijd om de auteur de onthullen.

Deze woorden, deze exegese, komt uit de pen van Prof. dr. Salomon Deyling, hoogleraar bijbelse theologie aan de theol. Faculteit te LEIPZIG… tevens ‘Senior Pastor’ van de Nikolaikerk, voorzitter van het consistorie, en superintendent (Lutherse bisschop), kortom: Bach’s kerkelijke superieur.

In Bach’s leven zijn er geregeld aanvaringen, spanningen, conflicten, met de overheid (geld), met de rector van de school (wie is bevoegd voor wat), maar er is geen enkele aanvaring bekend met zijn kerkelijk superieur, Deyling. Integendeel.

De muziek die Bach aanlevert om deze bijzondere ‘oratio’ over de Engelenzang te omlijsten, is niet nieuw…, is niet gemaakt voor de gelegenheid, maar ‘aangepast’. Hij gebruikt de muziek uit de mis die hij voor de keurvorst, jazeker, August II, heeft gecomponeerd. Om precies te zijn: het GLORIA daaruit.
- 5 ipv 4 stemmig. Hij zal met z’n beste zangers (aangevuld met studenten?) zijn afgekomen. Uit de Thomaskerk… voormiddag… en dan door naar de Nikolai (smiddags). Tussendoor de Paulinerkerk.

En – toeval of niet: Bach’s indeling en toonzetting past precies bij de preek. Net als in de uitleg door Deyling behandelt hij de engelenzang in TWEE delen… Groots, en triomfantelijk, met pauken en trompetten… natuurlijk in Re-groot… wat anders. Het zijn de engelen die zingen. We zijn in de hemel

Hemelse vreugde, overwinning … je hoort het, maar dan..

ET in terra pax.

Alle instrumenten zwijgen (en de trompetten voor lange tijd). Tijd voor nieuwe muziek, verstilde muziek nu. Ingetogen… bezinnend, wiegend, zoekend, tastenderwijs… Er wordt gezocht ‘de vrede op aarde’. Et in terra pax… Is die er wel? Strijkers en houtblazers voegen zich erbij, en er komt een thema tevoorschijn, dat een fuga blijkt te bevatten.

De sopranen zetten er een tekst op ‘et in terra pax ‘– stapsgewijs, ‘met vrees en beven’ … maar dan komen de alten, tenoren, bassen en tweede sopranen… en is er geen houden meer aan.De verbinding met de hemel wordt gezocht, met snelle zestienden, sprankelende coloraturen. Gebouwd op stevige homofone ‘Et in terra’ blokken…

En via de fuga klimt de ziel als langs een Jacobsladder naar boven…
Ook de trompetten melden zich weer, nemen het fugathema over, en beklinken de vrede op aarde, omdat die in de hemel gesloten is..

Dan zwijgt de muziek. De jonge getalenteerde Magister Artium Johann Heinrich Leich, staat op en laat ook live de toehoorders – in het Latijn, dat spreekt – meegenieten met de weerlegging van de dwalingen van de oude kerkleraars, die veel te gering dachten over de ‘vrede’ die Christus’ geboortedag bracht… en die eindigt met de oproep om de vriendelijkheid die God heeft betoond aan de mensen, nu ook onderling te betrachten, welgezind te zijn…. zoals God ons – onverdiend – welgezind is geweest,

en goedsmoeds verder te leven..
ookal is het ‘met vrees en beven’ vanwege de toestand van de wereld.

En dan neemt Bach het weer over, met nog eens twee delen. Hij voegt het klein gloria toe, met gebruikmaking van de muziek van het groot Gloria van de Dresdener Messe…

Hier moest hij wel handig met de tekst manoeuvreren om het passend te maken, maar zo klinkt het als een langgerekt Ainsi soit il, Amen

Verder lezen: BWV 191 · De academische kerstzitting van 1742