BWV 54: Widerstehe doch der Sünde
Overweging n.a.v. de Schriftlezing over de onvruchtbare vijgeboom in de wijngaard (Lukas 13:6-9)
[ aparte pagina's: achtergrond van de cantate (tekst en muziek) | overweging over de 'zonde' (2026)
een vijgeboom temidden van de druivelaars
Met een
zekere argeloosheid beginnen we deze gelijkenis te lezen. Iemand
bezat een vijgeboom, die in zijn wijngaard was geplant. Wie die
‘iemand’ is en waarom hij een vijgeboom in een wijngaard heeft
geplant, wordt niet gezegd.
Nu is
dat op zich niet zo vreemd: Vijgebomen in wijngaarden dienen soms ter
ondersteuning van de ranken van de druivelaars of – niet
te onderschatten – om wat schaduw te geven aan de
wijngaardenier als die op het heetst van de dag eens wat wil
uitrusten.
Maar
dan moeten ze wel vrucht dragen, die vijgebomen.
En dat
hoeft niet meteen. De natuur heeft tijd nodig. Dat weet de eigenaar
ook wel.
Maar
toch. Het eerste jaar niets, okay. Dat is normaal. In het tweede jaar
nog niets, nu ja, kan gebeuren. Geduld. Maar dan: in het derde jaar nog niets. Die boom staat daar maar te staan. Lover
genoeg, schaduw à volonté, maar geen vijg te bekennen. Niet één. De
eigenaard is het zat.
Hij
richt zich tot de wijngaardenier en zegt:
Zie, het is nu al drie jaar, dat ik vrucht aan deze
vijgeboom kom zoeken en ik vind ze niet. Hak hem om! Waartoe zou hij
nog langer de grond uitputten?
De eigenaar is een ernstig
man. Hij baat een wijngaard uit… Die moet opbrengen. Goede grond is
kostbaar, zeker in Palestina. En zijn gezin en dat van de
wijngaardenier moeten van die wijngaard leven. Dat die vijgeboom groeit en
groeit, en vijgebladeren in overvloed produceert, maar geen enkele
vrucht. Dat is niet verantwoord. Hij put de grond uit.
De
afweging is snel gemaakt: Hak
hem om !
Maar
dan klinkt er een stem, een tegenstem.
De wijngaardenier neemt het op voor de vijgeboom.
Hij is
de man die in de aarde graaft, die plant, snoeit, bemest. Hij staat
dichter bij de gewassen dan de eigenaar. Hij leeft mee met wat daar
aan leven tevoorschijn komt. Hij heeft er zich aan gehecht. Wie
in een hof werkt, krijgt iets van de hof in zijn ziel. De akker,
de wijngaard, de vijgeboom: ze zijn een stukje van hemzelf geworden:
Laat hem nog dit jaar staan, zegt hij… Ik zal m
nog eens bemesten … en dan volgend jaar, misschien.
Omhakken,
zegt hij, is zonde,
zonde van de boom…
Immers: daarin is nu ook al 3 jaar geïnvesteerd… De ene plant is nu
eenmaal wat trager dan de ander. Geduld… Volgende jaar misschien… wie
weet.
We
moeten de eigenaar en de wijngaardenier niet tegen elkaar gaan
uitspelen. De eigenaar is niet hard en gevoelloos: Neen, hij is al
geduldig al 3 jaar. En de wijngaardenier is geen sentimentele groene
jongen. Neen, de boom moet wel vrucht dragen? Daarvoor is die geplant…
Beide
maken zij zorgen omdat die vijgeboom maar niet tot
z’n recht wil komen. z’n
doel mist. En dat vinden ze beide ‘zonde’.
Beide
verzetten ze zich daartegen, tegen die zonde… Ze verschillen over de
aanpak, maar over de kern van de zaak, zijn ze het eens: Een
vijgeboom die geen vrucht draagt, dat is zonde…
En dan moet je in
actie komen.
Widerstehe doch der Sünde
En nu
zijn we bij de cantate van Bach: die gaat
daarover: over het ‘verzet tegen de zonde’…
En als
u nu denkt, dat is wel een erg kunstmatig bruggetje naar de cantate.
Vergezocht.
Integendeel.
‘Zonde’,
in de bijbelse betekenis
van dit woord, duidt namelijk precies hierop, dat Gods schepselen niet tot hun recht komen, hun
doel missen. Zoals die vijgeboom. En dat kan door 1001 zaken komen.
Net
zoals het wij ons doel kunnen
missen als
mens. Dat is ‘zonde’. En ook dat kan door 1001 zaken komen.
En daar
mag je niet bij neerleggen. Daar kùn je je niet bij neerleggen.
Daartegen
moet protest worden aangetekend, daartegen moet je je verzetten… Widerstehe
doch der Sünde.
En dat
doe door bij alles wat je doet, je doel,
je bestemming als mens goed in het oog te houden, te proberen
‘op de rechte weg te blijven’. Daartoe dient in de bijbel de wet (in
het Hebreeuws: tora = ‘wegwijzers’).
Maar
dat is niet zo simpel als het klinkt.
Wat is
het doel, hoe blijf ik op de rechte weg?
Wij
mensen kunnen soms op zo vreselijke wijze in het leven verdwalen, vast
komen te zitten, dat we het gevoel hebben de juiste nooit meer terug
te kunnen vinden. Goede adviezen helpen dan niet meer. Dan moet je
‘gered’ worden. Hoe dat werkt, daar kan ik nu niet
op ingaan, maar het is duidelijk dat rabbi Jezus op dat terrein
pionierswerk heeft verricht.
Welnu:
als u dit begrip ‘zonde’ in uw achterhoofd hebt, dan kunt u heel open
naar de cantate gaan luisteren en de tekst meevolgen. De
tekstschrijver, Christian Georg Lehms, weet
wel wat voor vlees
hij in de kuip heeft, als het over het menselijk gedrag gaat. Hij
beseft heel goed dat het helemaal
niet vanzelfsprekend is, dat mensen de focus in hun leven
vinden, en als ze die al gevonden hebben, dat ze dan zomaar op de
rechte weg blijven. Neen, het lijkt wel alsof
een mens makkelijker
z’n bestemming mist (afdwaalt), dan dat hij de rechte weg vindt en
kan vasthouden.
Er zijn
zoveel prikkels onderweg, die hem afleiden
Er is
nog zoveel te doen, te beleven, dat je niet mag missen.
En daar
gaat je tijd, daar gaat je energie, en daar ga je zelf. Weg is je
focus.
Met dit
in het achterhoofd moet u maar eens luisteren naar de eerste aria. Die
gaat daarover, over die strijd. Die laat u die spanning voelen:
Constant wordt er aan je getrokken. Ook in de muziek.
Houd de
toon maar eens vast, als je harmonisch alle kanten op getrokken wordt.
En net
als je denkt dat het allemaal in z’n plooi valt (aan het eind van het
B-deel), dan glijdt de becijferde
bas tweemaal uit waardoor er op de afsluitende
woorden ‘ein Fluch, der tödlich
ist’ een dissonant klinkt. Twee keer word je op het verkeerde
been gezet: de eerste keer springt de bas een stapje te hoog (kwint
ipv kwart), de tweede maal te laag (terts ipv kwart).
De
zanger laat zich niet van de wijs brengen, hij gaat door. Hij biedt
verzet tegen de zonde, zeker, maar… het is een hele strijd, een
gevecht. En je moet je hoofd er wel bij houden.
En dan
komt het recitatief. Het begint rustig, maar zet aan het eind de
dingen op scherp: Het is erop, of eronder. Dus laat je niet verblinden
door uiterlijk vertoon. Soms ziet het er prachtig uit van buiten, maar
is het leeg van binnen:
Witgepleisterde graven: een beeld
ontleent aan een woord van Jezus, die daarmee de kerkelijke
leiders kritiseert
Schijnvruchten: Sodomsappels: een
legendarische vrucht die geacht werd in het dal van Sodom en Gomorra
bij de Zoutzee te groeien: prachtig van buiten, maar ‘stof en as’ van
binnen. En giftig, dat spreekt voor zich.
Als je
in die schijnwereld meegaat, als je erin trapt, in de Sodomsappel
bijt, dan mis je je doel… dan heeft ‘de zonde’ je te pakken. Dan lacht
Gods tegenstander in z’n vuistje. Dan heeft hij het voor elkaar. Want
hij ziet niets liever dan dat de mensen en de wereld naar de
verdommenis gaan, hun doel missen. Hij is de vader der zonde!
Maar
dan (laatste aria) komt alles toch nog op z’n pootjes terecht Het
werkwoord waarmee de cantate begon ‘widerstehen’
keert terug. Nu niet meer in de gebiedende wijs, maar als een voltooid
deelwoord: widerstanden
(een constatief, belofte)
Je kunt
mit rechter Andacht de
zonde weerstaan. Het Duits
is lastig te vertalen: ‘met geconcentreerde vroomheid’ ‘door gefocust
te blijven op je bestemming als mens’ kun je al die manieren waarmee
de duivel je probeert te strikken (de ketenen der zonde) van
je afschudden.
En dan,
dan ben je vrij. Kijk daar vlucht de duivel al weg met de staart
tussen de benen. En kijk daar is de zonde al weg, opgelost, verdreven…
Davon, davon….
Een fuga, natuurlijk … fugere
("vluchten") en fugare
("wegjagen").
Ik
heb nu de evangeliebooschap in woorden proberen te vangen. Het is nu
aan de muziek om het u te laten gevoelen in uw gemoed… Luister,
mediteer en laat het gebeuren: Die
Gedanken sind frei.
