BWV 54: Widerstehe doch der Sünde
Aparte pagina met achtergrond van de cantate
(tekst en muziek).
Hier een overweging over het begrip 'zonde'.
Daar heerst nogal wat spraakverwarring rond (2026)
1. Zonde
Net als liefde een veel gebruikt woord, inhoudsloos geworden, en
erger, door het gebruik in de kerk een verkeerde connotatie gekregen.
zondigen = ‘iets doen wat niet mag’. Wat? meervoud : zonden:
‘dingen die je fout doet, die je moet biechten, waarvoor je moet boeten,
en die je dan kwijtgescholden worden.’ Nogal simplistisch. Zo werkt dat
niet.
Vooral naast de kwestie
Bijbelse defintie: Zonde = datgene wat de goede schepping naar
de knoppen helpt… Met dat statement begint de bijbel (Genesis 1).
U kent het, dat schitterende lofdicht op de goede schepping dat uitloopt
op, afsluit met:
‘En God zag alles wat hij gemaakt had: de hemel en de aarde, het land,
de zee, de planten, de vissen, de vogels, de dieren… de mensen… en hij
zag dat het ‘goed’ was, ja ‘ zeer goed’ … ‘Wat was God blij dat
de wereld bestond’ (zongen we vroeger). Een paradijs was het,
wereld vol harmonie , waar mens en dier en natuur samen leven en
samen tot hun recht komen… Alles baadde in het heilzame zonlicht
van de zevende dag.
Zo heeft God het gemaakt, zo is het bedoeld …
Maar ja... zo is het dus niet .
Daar hoef ik geen plaatje bij te schilderen. In het groot niet, in
het klein niet… Dat is zonde , zonde van die
schepping .
En daar zit de mens ook voor iets tussen, met wat hij doet, en
nalaat. U kent het verhaal ‘De mens, zijn vrouw, de appel’ : Paradise
lost… De mens moet leven overleven, zo goed, zo kwaad het gaat,
buiten het Paradijs: East of Eden… Zo is de realiteit:
Chaos ipv Harmonie
Dood ipv van Leven
Onrecht ipv Recht
Duisternis ipv Licht.
‘Zonde’ duidt op die toestand (qualificatie). En als we met onze daden
de boel nog slechter maken, dan zondigen we… dan zijn die
handelingen zonden . Daartegen moet je je verzetten …
Logisch, want anders gaat alles naar de verdoemenis. En dat zou pas echt
zonde zijn.
Maar… Krijgen we dat ooit weer op de rails?
Kan dat eigenlijk wel?
Want het zit diep, die zonde (wat onhandig in de kerkelijke leer
aangeduid met het ‘ erfzonde’ ). Het is echt wel goed mis. Het
zit in de natuur (natuur is geen synoniem van Schepping,
helemaal niet). Het zit in ons ( condition humaine ).
Ja, het lijkt wel alsof er een macht achter zit, onder zit, die
altijd weer alles wat er opgebouwd wordt… afbreekt, waar een licht
ontstoken wordt, de vlam probeert te doven.
Zo verschijnt de zonde als ‘macht’ op het toneel ‘ het kwaad’ ,
het boze, de boze… Een ‘soort zwaartekracht’ zal ik maar
zeggen, die alles wat wil ‘opstijgen’, hogerop wil, naar beneden
trekt , alles wat zich verheffen wil uit het slijk, erin doet
terugvallen … Ja, het woord/beeld ‘ zondeval’
is wel passend: Wat kunnen we als mensen eigenlijk nog doen, dan ons
verzetten, zo goed, zo kwaad het gaat, en onderwijl bidden als in de
kinderkruistocht Libera nos a malo…
2. Jezus
En dan is daar, zo’n 2000 jaar geleden, die Joodse man: Jesjoea van
Nazareth. Het lijkt wel alsof die negatieve impuls die het leven
ontwricht op hem geen vat heeft… Het lijkt wel alsof hij sterker is dan
die kracht die alles altijd weer naar beneden trekt… Hij lijkt zo diep
verworteld te zijn in het goede, in God, in woorden en daden…
dat rondom hem het Paradijs toch weer terug is, geen verre
droom, fata morgana , maar realiteit, of in elk geval een reële
mogelijkheid …
Dingen en mensen komen weer terecht, tot hun recht…
Het duister trekt op, het licht breekt door…
De ‘zwaartekracht’ van het kwaad, die altijd alles naar beneden trekt:
hij countert die met zoveel energie dat mensen die gevallen
zijn, weer opstaan… verrijzen.
Al snel is hij omringd door een hele schare mensen, die in hem gelooft.
Eentje zegt het zelfs luidop: Zie Hij die de zonde
der wereld weg-neemt (enkelvoud in de bijbel, meervoud in de
liturgie). Hij staat voluit in de breuk die door de wereld en het leven
loopt, maar blijft staande, weerstaat , en breekt zo de macht
van het kwaad. Wat een hoop moet hij gewekt hebben, wat een energie moet
er van hem zijn uitgegaan…
Maar dan, zo halfweg richting het Joodse Paasfeest, begint deze Jezus
signalen te geven, dat het wel eens mis zou kunnen gaan. De destructieve
krachten organiseren zich, maken zich sterk, richten hun peilen op
hem: juist omdat hij aan hun invloedssfeer dreigt te ontsnappen,
moet hij vernietigd worden. Zo gaat dat, altijd.
Goed, Hij zal niet plooien, maar het zou hem wel eens kunnen breken, zo
zegt Hij. Zijn opgang naar Jeruzalem… zou ook wel eens zijn ondergang
kunnen worden.
3. Petrus
En dan is daar Petrus: Dat verhoede God! roept hij, want hij is
een vroom man. En hij wil niet bij de pakken neerzitten: Hij wil God
best wel een handje helpen als het nodig is (en hij wijst al naar z’n
zwaard). Hij neemt Jezus apart: Nicht diese Töne… maar andere, freudenvollere
… Samen rooien we het wel, Wir schaffen das. Hand-in-hand kunnen
we het kwaad wel de baas.
Jezus is niet bepaald onder de indruk van Petrus’ vermaning.
Integendeel. Hij wordt boos: Weg jij, zulk oppervlakkig gepraat, peptalk…
dat werkt averechts. Je weet niet wat je zegt, Petrus! Je hebt geen
benul… hoe sterk de macht van het kwaad is… ook in jezelf…
Wie staat, zie toe dat hij niet valle!
Petrus snapt het allemaal niet meer. Hij bedoelde het toch goed… En als
tijdens het Paasmaal Jezus ook nog eens voorspelt dat iedereen hem zal
laten vallen, is hij diep gekwetst. Verontwaardigd roept hij uit, Heer,
al zou iedereen u verloochenen, ik niet…
Jezus kijkt Petrus aan: Is dat zo Petrus, ben jij zo sterk? Zou het
zo simpel zijn? Gewoon een ferm besluit nemen, koppen bij elkaar,
actieplan… en hopla, het kwaad onder de knie, verslagen. Nee Petrus,
voor de haan kraait, zul ook jij mij hebben verloochend.
Enfin de rest van het verhaal kennen we (hebben we gelezen)
Het kraaien van de haan heeft Petrus ‘gewekt’, de ogen geopend.
Hij is ontwaakt uit de droom dat hij alles wel in regie
had, dat hij met z’n geloof, en wilskracht, alles wel tot een goed einde
zou brengen… Hij herinnert zich de woorden van Jezus…Hij stort in… een
complete implosie…
En Petrus ging heraus, und weinete bitterlich …
Geen weldadige tranen (die opluchten), maar bittere tranen , van berouw.
4. Bach
Geen sentimentele tranen (die uit emoties voorkomen, en waar de
TVcamera zo verzot op is). In de tijd van Bach noemde men dat –
excusez genderstereotypering – vrouwentranen. Daar koop je niets
voor. Die tellen niet. Neen, dit zijn bittere tranen, die
wellen op uit de grond van het hart. Men stelde zich dat toen ook fysiek
zo voor: Als het hart samengeperst wordt (‘verbrijzeld’ door
berouw), pure ellende, omdat alles kapot is (wat zo goed leek te zijn,
had moeten zijn) dan ontstaat er van daaruit een zo grote druk, dat een
onstuitbare vloed (van bloed, zo lees ik ook) vanuit het hart naar de
ogen stuwt… en als een tranenstroom naar buiten komt:
Dan wenen niet enkel de ogen, maar ook het hart
(lees de tekst van ‘Erbarme dich’ nu nog eens).
Het is het besef, dat je als mens volledig gefaald hebt...
vervallen bent aan de zonde… En dat het gedaan is. Je bent op het
nulpunt aangekomen… Je kunt niet verder.
De ‘zonde maakt de schepping kapot’ weet u nog.
Hier zie je het resultaat. Prachtkerel, die Petrus, en hij bedoelde het
goed. En kijk nu eens, een ellendig hoopje mens. Niets meer van over.
Zònde! Wat rest er dan nog? op dat nulpunt? Niets, enkel de roep uit
de diepte naar God, de Schepper, om toch nog eens ‘om te kijken’
naar z’n schepsel, zodat de ‘zonde’ niet het laatste woord heeft.
Die
roep heeft Bach in z’n aria die volgt op Petrus' verloochening - Erbarme dich
- verklankt: de viool
doet dat…
Maar eerst is er nog de cantate van vandaag. Widerstehe doch der
Sünde
Niet veel over zeggen. Staat in het boekje… Eén ding. De
cantate zet ons weer met beide benen op de grond, d.w.z. terug in het
leven, waar de macht van de zonde, onderwijl ijverig voortgaat met het
vernielen van de goede schepping… En wij … moeten ons daartegen blijven
verzetten.
Ookal zullen we falen – laat daar geen twijfel over bestaan,
Ookal zullen we vallen – zoals Petrus, en wellicht door een nulpunt
moeten gaan…
Onze levensopdracht (scheppingsopdracht) blijft: ‘opstaan, en weer
doorgaan’… Je blijven verzetten, blijven weerstand bieden tegen die destructieve
macht van de zonde.
Ook Petrus is niet ‘bitter wenend’ buiten blijven zitten. Hij is teruggekeerd, heeft verantwoordelijkheid genomen voor wat hij heeft gedaan. Schuld beleden, en z’n lesje geleerd. Nu, zó , na zijn ‘val’ is hij een ‘rots’ waarop je een kerk kunt bouwen. Ook wij moeten niet bij het ‘Erbarme dich’ blijven plakken, of ons met tranen terneerzetten bij het graf… Dan heeft de zonde gewonnen. We moeten opstaan, verantwoordelijkheid nemen…
Loont dat? Is dat zinvol? Zal het lukken?
Nee, dat weten we nu wel. En toch blijven we het doen, met vallen en
opstaan weerstand bieden tegen die ‘neertrekkende, neerdrukkende macht’
van de zonde. En ja, dan lukt het toch, eventually … als we de
cantatedichter mogen geloven: aan het eind van de laatste aria maakt
zich de duivel uit de voeten, met de staart tussen de benen…
Het is een fuga … van fugare : wegjagen, uitdrijven.
