//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home ] [ cantates ] [ varia ] [ biografie ]

In een driedelige Bijbel (Luthers vertaling met commentaar van de hand van Abraham Calov, 1681, door Bach verworven in 1733) staan notities in Bach's eigen handschrift. Bij de boeken der Kronieken gaat het drie keer over de betekenis van muziek. Een weergave met wat duiding.

J.S. Bach,
Calovia nr. 1 [2] [3]

bij het eerste boek der Kronieken, hoofdstuk 25 (aantekening is met rode inkt)

calov-fundament

NB. Dieses Capitel ist das wahre Fundament aller gottgefälliger Kirchen Music.

Dit hoofdstuk is het echte fundament van alle kerkmuziek die God behaagt.

 

 

TOELICHTING
Deze aantekening bevindt zich in de marge van 1 Kronieken 25 (bij Calov: 26). Wie het hoofdstuk op zich laat inwerken, snapt waarom Bach dit zegt. In hoofdstuk 23 heeft David namelijk alle leiders van het volk bijeengeroepen om definitief de organisatie van de tempeldienst te regelen (tot hoofdstuk 28). In hoofdstuk 25 is de muzikale organisatie van de tempeldienst aan de orde. Het gaat hier om het 'ambt' van tempelzanger (tevens instrumentist), muzikanten die vrijgesteld zijn om te zingen en te spelen tot eer van God. Er zijn drie 'gilden' (de kinderen van Asaph, Heman en Jeduthun, de mytische zangers van weleer). In totaal worden er 24 personen aangeduid, die elk een koor van 12 zangers onder zich hebben.

Calov's toelichting op het eerste vers haakt in op het profetische karakter van hun ambt. Ze worden hier namelijk 'profeten' genoemd. Het staat er echt, ook in de grondtekst. Musici krijgen de opdracht om 'te profeteren met harpen, cithers en cimbalen', d.w.z zij moeten Gods Woord communiceren in muzikale taal : liederen begeleid door instrumenten.  NB: profeteren (נָבָא nâbâʼ) betekent in het Hebreeuws niet toekomstvoorspellen, maar 'van God vervuld zijn en dan 'spreken', en dat laatste kan in diverse talen, ook in niet-discursieve (extase, orakels, tongentaal, poëzie, muziek].

Volgens dit hoofdstuk zijn er in totaal door David dus 24 x 12 = 288 professionele musici (zangers/instrumentisten) aangeduid voor dienst in de tempel, die in wisseldienst ervoor moeten zorgen dat 'de lofzang altijd gaande blijft', dag en nacht (om het uur dus). Middels loting zijn de 24 groepen van 12 musici aangeduid. Die indeling wordt beschreven vanaf vers 8-31.

Dat Bach deze passage onderstreept is niet verwonderlijk, zeker als je bedenkt dat hij in de jaren 1730 in volle strijd is gewikkeld met de rector van de Thomasschool, die het aandeel van de muziek in het curriculum drastisch wil verminderen. Bach stelt zich vierkant tegenover de rector op. Hij zat toch al aan een minimum, vond hij... Logisch dat Bach vindt dat hier het 'fundament van alle kerkmuziek' te vinden is. 

BIJBEL opschrift boven het hoofdstuk:
(I.) Von den Sängern und Instrumentisten v. 7. (II.) Losung wegen der Sänger v. 31

Die Sänger, und Instrumentisten.

1. Und David samt den Feldhauptleuten sondert ab zu Aemptern unter den Kindern Asaph, Heman und Jeduthun die Propheten (Calov: welche solten Gottes Wort in geistliche Lieder und Psalmen fassen, dieselbe im Tempel singen, und zugleich darein mit Instrumenten spielen) mit Harfen, Psaltern und Cymbeln...

 

vorige  | volgende (Calov 2) 

 

Dick Wursten (dick@wursten.be)

Home ] [ cantates ] [ varia ] [ biografie ]