Was Andreas Stübel de librettist van Bachs koraalcantates?
In 1998 deed Bach-onderzoeker Hans-Joachim Schulze een poging om te achterhalen wie toch die koraal-cantates van bindende tussenteksten heeft voorzien. Hij kwam met de hypothese dat het wel eens Andreas Stübel (voormalig conrector van de Thomasschool) zou kunnen zijn geweest. Via de liner-notes en de boeken rond de cantate-opnames van Ton Koopman werd deze hypothese verspreid, en veranderde onderwijl - ongemerkt - van status: het werd verkondigd als een feit.
Op deze pagina bied ik een samenvatting van de argumenten pro/contra de Stübel-hypothese, gebaseerd op het artikel van Thomas Braatz, dat op de website van bach-cantatas.com in 2007 is publiceerd. Na de samenvatting nog enkele aanvullende opmerkingen van mij (Dick Wursten).
De opkomst van de Stübel-hypothese
De hypothese, in 1998 gelanceerd door Bach-onderzoeker Hans-Joachim Schulze, was een poging om de anonieme librettist te identificeren, die met Bach samenwerkte aan de cyclus koraalcantates (begonnen op de zondag na Trinitatis in 1724 (, en die abrupt ophoudt op 25 maar 1725.
De argumenten vóór de theorie (voornamelijk van Schulze en Christoph Wolff):
- De fatale deadline: Bach stopte na 25 maart 1725 abrupt met het produceren van koraalcantates. Schulze berekende dat de teksten voor de cantates tot aan 25 maart uiterlijk op 27 januari 1725 bij de drukker moesten hebben gelegen. Dat was dus de deadline.
- Cruciale sterfdatum: Andreas Stübel, een voormalig conrector aan de Thomasschool, overleed na een kort ziekbed op 31 januari 1725. Deze datum valt mooi samen met de deadline (no pun intended) voor het cantate-boekje, wat volgens Schulze de abrupte stop van Bachs reeks zou verklaren.
- Kwalificaties: Volgens medestanders, waaronder biograaf Christoph Wolff, had Stübel een solide theologische achtergrond en zou hij over ruime poëtische ervaring beschikken.
De zwaktes en teloorgang van de hypothese
Al snel rezen er twijfels bij andere experts (zoals Martin Geck) en wees Braatz op fundamentele zwaktes in de argumentatie:
- Geen bewijs van poëtisch werk (Braatz): Ondanks beweringen dat Stübel een "volleerd dichter" was, is er geen enkel gedicht van hem gedocumenteerd. Wel schreef hij talloze verhandelingen en schoolboeken.
- Theologische onwaarschijnlijkheid: Stübel was op 44-jarige leeftijd ontslagen wegens "vreemde theologische opvattingen" (Zie mijn aanvulling hieronder). Het is twijfelachtig of Bach met zo'n theologische figuur zou hebben mogen samenwerken. De cantates en hun uitvoering was het werk van de cantor, maar inhoudelijk de verantwoordlijkheid van het (zeer orthodoxe) consistorium, deels dezelfden die Stübel ooit hadden ontslagen.
- Gevorderde leeftijd: Stübel was in 1724 reeds de 70 voorbij; dit roept twijfels op over zijn vermogen om flexibel in te spelen op de muzikale en tekstuele eisen van Bach. [dit vind ik een zwak tegenargument, DW]
- De stille aftocht: Schulze zelf liet de theorie in zijn latere, 760-pagina's tellende overzichtswerk over J.S. Bach uit 2006 volledig vallen; hij noemt de librettist daar steevast "onbekend" en de reden voor het staken van de cyclus kwalificeert hij als "niet ontdekt". Ook de theoloog Martin Petzoldt, die de theorie aanvankelijk wel aantrekkelijk vond, verwees in zijn latere analyses niet meer naar Stübel.
Ondanks deze wetenschappelijke teloorgang ging de theorie een eigen leven leiden doordat slordige journalisten en schrijvers van cd-boekjes de hypothese als een vaststaand feit bleven presenteren.
Aanvullingen en correcties van Dick Wursten
Om het beeld van Stübel scherper te stellen en de context te corrigeren, kunnen nog volgende kanttekeningen (van Dick Wursten) aan de analyse van Braatz worden toegevoegd:
- Theologisch profiel: Petzoldt suggereerde ten onrechte dat Stübel louter sympathie voor het piëtisme had, maar Stübel werd in werkelijkheid geschorst vanwege "schwärmerisch-chiliastisch" gedrag (de verwachting van een spoedig 1000-jarig rijk). Hij was bovendien een zeer actieve polemist ("Kontroverstheologe") die in Leipzig streed tegen de lutherse orthodoxie en het opnam voor zowel piëtisten (zoals Spener) als Verlichtingsfilosofen (zoals Thomasius).
- Poëtische vaardigheden: Hoewel iedereen met een academische (Latijnse) achtergrond in die tijd geacht werd een kloppend vers in elkaar te kunnen zetten (Het maken van Latijnse verzen behoorde tot het standaard curriculum) heeft ook verder onderzoek geen enkel gedicht van hem boven tafel doen komen.
- Doorwerking in populaire media: Een pijnlijk voorbeeld van de achteloze overname van deze theorie was de Nederlandse Wikipedia, waar Stübel tot maart 2024 zonder voorbehoud als Bachs librettist werd gepresenteerd (inmiddels gecorrigeerd).
- Zoals de ontdekking van Christoph Birkman (student, tekstdichter) duidelijk maakt, bevonden zich in Bach's omgeving (ook onder zijn muzikanten) vrij veel geschoolde taalgevoelige mensen, over wie wij niets weten, zelfs niet hun naam. Als er geen materiële aanwijzigingen zijn ter identificatie, dan onthoudt men zich beter van het noemen van een toevallig wel bekende persoon.
P.S., 2024, ad fontes
Andreas Stübel is in maart 1697 na "einer mehrwöchigen Phase schwärmerisch-chiliastischer Anfechtungen" door zijn biechtvader Johann Benedict Carpzov voor ruim een half jaar onder huisarrest gesteld. Deze episode beschrijft Stübel zelf in het voorwoord bij "Buß-Gebeth/ Bey itzigen gefährlichen Zeiten" (Frankfurt, 1698). Veel informatie over Stübel is te vinden in de brieven die hij wisselde met de bekende Verlichtingsfilosoof Christian Thomasius. Diens briefwisseling is uitgegeven: Christian Thomasius: Briefwechsel Band 2: 1693–1698, eds. Frank Grunert, Matthias Hambrock und Martin Kühnel (De Gruyter, 2020). De voetnoten in dit boek bevatten ook een schat aan materiaal over Stübel, die in 1698 nauw met Thomasius samenwerkte, en ook zeer door hem werd gerespecteerd (ondanks zijn chiliastische opvattingen). Thomasius werd in Leipzig aangevallen door Albert Christian Rotth. Terzijde: Stübel schrijft zeer spitse, snelle brieven in afwisselend Duits en Latijn, vol verwijzingen naar de Bijbel en klassieke literatuur. Een gedicht heb ik echter ook daarin niet gevonden...
De integrale tekst van het betoog en de vondsten van Thomas Braatz (© 2007) staat op bach-cantatas.com.
Dick Wursten (dick@wursten.be)