De aanvaring (vechtpartij) met Geyersbach (Arnstadt 1705)
De nog jonge organist Johann Sebastian Bach (zelf net 20) is blijkbaar ook betrokken bij de zangers/instrumentisten die vieringen of andere activiteiten opluisteren (studenten van het locale lyceum - meer daarover hier). Met éen van hen is JSB in aanvaring gekomen. We weten zelfs wie want het is tot een procedure voor de rechtbank gekomen (i.c. kerkelijk recht: het consistorie). J.H. Geyersbach, drie jaar ouder dan Bach. JSB heeft hem blijkbaar voor 'Zippel-fagottist' uitgemaakt. Dat is een belediging: prutser, knoeier. Het zou ook kwetsender, groffer kunnen zijn.
Het historisch woordenboek van de Duitse taal (DWB) sub ‘Zippel/Zipfel’ als scheldwoord: ein grosser, ungelenker, etwas dummer Mensch … danach allgemein übertragen auf minderwertige geistige und sittliche Eigenschaften’, ein schlechter, einfältiger . . . ungesitteter, grober, treuloser . . . Mensch : knoeier, lomperik, uilskuiken etc… Het woord zelf is etymologisch verwant met ons woord tepel, en wordt ook gebruikt om de twee puntjes van een gedraaide worst mee aan te duiden, en in kindertaal ook wel 'piemel'. Wilt u het deftig houden, dat kan: Ein Zippeler is een verbastering van discipulus (leerling), dan is het weer gewoon een knoeier. Wilt u het groffer? Dat kan ook: 'Fagot' kan ook naar het mannelijk geslachtsdeel verwijzen. Tsja. Hoe het ook zij, het consistorie vermaant Bach om op z'n taal te letten, en te werken aan een betere 'omgang' met lastige studenten/studenten. Voor een zeer informatief overzicht hoe in Bach-biografiën dit verhaal wordt opgesmukt, geïnterpreteerd en steeds verder ingevuld: Maarten 't Hart, p. 16-33. (in 2018 geüpdated. p. 25-46). Lezen, je vertrouwt nooit meer klakkeloos een biograaf, en u weet dan zelf echt alles, ook wat er in echte bronnen wel en niet staat.
Als Bach met z'n nicht 's nachts terugkeert van een feest (op het nabijgelegen kasteel. Heeft hij daar gemusiceerd?) komt het tot een handgemeen/vechtpartij op de markt van Arnstadt. De beide protagonisten moeten door omstanders (andere studenten, en z'n nicht) uit elkaar gehaald worden. Bach laat het er niet bij zitten en doet z'n beklag bij het consistorie. De protocollen (notulen) zijn het officiële verslag van de ondervraging (Bach, Geyersbach en getuigen). Het loopt met een sisser af.
| ORIGINAL |
VERTALING |
|---|---|
|
1705, 5.–21. August (Arnstadt): Streitigkeiten mit Geyersbach
|
1705, 5–21 augustus (Arnstadt): De kwestie Geyersbach
|
|
VERHÖRPROTOKOLLE |
(verhoorprotocollen van het
consistorie te Arnstadt)
|
|
Actum den 5 Augustj 1705.
Erscheinet Johann
Sebastian
Bach
Organist
in der Neüen Kirchen alhier, mit Vorbringen wie Er gestern abends etwas späte in der Nacht vom Schloße aus,
nacher Hause gangen und ufm Marck kommen, hetten 6. Schüler ufm Langensteine geseßen, alß er nun dem Rathhause
gleich kommen, were ein Schüler Geyersbach hinter ihm her und mit einem Brügel uf ihn loß gangen, mit
diesen
Formalien
; Worumb er ihn geschimpfet hette?
C ZA citentur ad Consistoriam |
5 augustus 1705.
Verschijnt
Johann Sebastian
Bach,
organist
in de Nieuwe Kerk alhier, met het betoog dat hij gisteravond laat in de nacht van het slot naar huis liep en
over de Markt kwam. Er zaten zes studenten op de 'Langenstein'
(=stenen bank op de markt). Toen hij ter
hoogte van het stadhuis kwam, was een student genaamd Geyersbach hem achterna gegaan en met een
knuppel
(
Brügel
. stok? verwant met
verprügeln, dus een
stok om te slaan
) op hem afgelopen en wel met de 'volgende woorden'
(Formalien
) : Waarom hij hem uitgescholden
(geschimptet
) had?.
CZA [Consistorium zu Arnstadt ?] Zij worden gedagvaard voor het Consistorium. |
|
Actum
den 14.
August
1705
Wird dem Schühler Geyersbachen was der
Organist Bach
wieder ihn geclaget vorgeleßen
Negat
deß er klagenden
Bachen
vorgepaßet, sondern alß von dem Schuster
Jahnen
er zu seines Kindes Tauffmahl gebethen worden, vnd sie abends mit denen Gevatterinnen ein ständgen
gemachet sey
Bach
mit der TabacksPfeiffe im munde über die straße gangen kommen, darauf Geyersbach selbigen gefraget, Ob
ers geständig Ihn einen Zippel
Fagotti
sten geheißen zu haben, da er nun solches nicht läugnen können, hätte Er
Bach
den Degen alßbald gezogen, dagegen Er Geyersbach sich ja wehren müßen, würde sonst ihm einen schaden
gethan haben.
Bach Bleibet dabey daß Geyersbach ihn zu erst geschimpfet vnd geschlagen wodurch er genöthiget worden nach dem Degen zu greiffen, weilen er sonst nichts gehabt womit er sich defendi ren können. Geyersbach Weiß sich nicht zu entsinnen, Bachen geschimpfet zu haben | Hoffmann pr œ monitus de dicenda veritatem . Er wiße nicht wie die Beyden aneinander gerathen, sondern alß er gesehen daß Geyersbach in Bachs Degen gegriffen, Bach aber solchen bey den Gefäß selbigen noch gehalten, auch unter dießen ringen Geyersbach gefallen, sey er weil bey solchem fallen leicht ein Unglück entstehen vnd Geyersbach in Degen fallen können sey er zwischen Beyde gangen vnd von einander abzulaßen vnd nach Hauß zu gehen, zugeredet. Worauf auch Geyersbach den Degen welchen er mit 2 Händen gehalten fahren laßen, vnd mit dießen Worthen weggegangen, Er habe sich eines Beßeren gegen Bach en versehen gehabt, verspühre aber anizo ein anders, worauff Bach replici ret, er wolle es schon weiters suchen. Schüttwürfel Er sey auß irrthumb pro teste angegeben, dann er gar nicht dabey sondern zu Hauße geweßen Res . Sollen mitwochs nechstkünfftig sich wieder melden. |
14 augustus 1705. Aan de student Geyersbach wordt voorgelezen wat de organist Bach tegen hem heeft aangevoerd.
Geyersbach (Ille)
Bach
Geyersbach
Hoffmann
(getuige - wordt vermaand de waarheid te spreken)
Schüttwürfel: Hij is bij vergissing als getuige opgegeven, want hij was er helemaal niet bij aanwezig. Hij was thuis. Besluit (Res.): Zij moeten zich aanstaande woensdag opnieuw melden. |
|
Actum den 19. August . 1705
Wird dem Organist Bachen angezeiget, daß weiln der Schühler Geyersbach in lezter Verhör den anfang zu der schlägerey gemachet zu haben läugnete, vnd vorgäbe daß Bach den Degen zu erst gezogen, als würde ihme obliegen zu erweißen, daß ermeldter Schühler zu erst anlaß gegeben. Ille Könne es mit seiner Baßen der Bachin beweißen, wann nur sonsten dero Zeugnuß alß einer Weibesperson sufficient erkannt würde. Nos Er hätte sonst wohl es unterwegen laßen könen, daß er Geyersbachen einen Zippel fagotist en geheißen, auß dergleichen Scommatibus kähmen nachmahls dergleichen Verdrießlichkeiten, dazumahlen er ohne dem in dem ruff daß mit denen Schühlern er sich nicht vertrüge vnd vorgebe, er sey nur auff Choral nicht aber musicali sche stücke bestellet, welches doch falsch, denn er müste alles mit musici ren helffen. Ille Er weigere sich nicht, wann nur ein Director musices da wehre. Nos Mann lebe mit imperfectis vnd müste er sich mit denen Schühlern vergleichen auch eines dem andern das leben nicht sauer machen. Res . Citetur die Baße, vnd sollen dann beyde nechsten freytag wieder sich melden. |
19 augustus 1705. Aan de organist Bach wordt medegedeeld dat, omdat de student Geyersbach in het laatste verhoor ontkende de vechtpartij te zijn begonnen en beweerde dat Bach als eerste de degen trok, het nu aan Bach is om te bewijzen dat genoemde student als eerste de aanleiding gaf. Bach (Ille): Hij kan dit bewijzen met zijn nicht, de jonge dame Bach, mits haar getuigenis als vrouwspersoon als voldoende wordt erkend (juridisch valabel is, ontvankelijk) De Raad (Nos): Hij had het er beter bij kunnen laten en Geyersbach geen "zippel-fagottist" moeten noemen. Zulk soort snerende opmerkingen ( scommatibus ) leiden nadien vaak tot dit soort narigheid. Bovendien staat hij er toch al om bekend dat hij niet met de studenten overweg kan en beweert hij dat hij enkel is aangesteld om choraliter (de homofone zang van gezangen of gregoriaanse lezingen) te begeleiden, en niet voor muzikale stukken (figurale kerkmuziek), wat echter onjuist is, want hij moet bij alles wat met muziek te maken heeft helpen. Bach (Ille): Hij weigert dit ook niet, mits er maar een Director Musices (apart aangesteld muzikaal leider, dirigent) is. De Raad (Nos): Men moet leven met onvolmaaktheden ( imperfectis, mensen? toestanden?) en hij moet zich met de studenten/studenten zien te verstaan; men moet elkaar het leven niet zuur maken. Besluit (Res.): De nicht moet gedagvaard worden en beiden moeten zich aanstaande vrijdag weer melden. |
|
Actum den 21. Aug: 1705
Barbara Catharina Bachin Meldet uf vorgängige Verwahrnung die Wahrheit zu sagen, wie vor einigen tagen, als sie mit ihrem Vetter von dem Herrn Küchenschreiber des abends kommen, und übern Mark gehen wollen, einige Schüler so von einer Kindtauff kommen, ufn langen steine geseßen, Geirsbach sie sehend sogleich aufgestanden und Bachen unter die augen getreten, sagend, warumb er seinen Fagott geschimpffet hätte und wer seine sachen schimpffte der schimpffte ihn, und daß thäte ein Hundes etc: , druf Geirsbach Bachen ins gesicht geschlagen, Bach aber den Degen gezogen, ihm aber nichts darmit gethan, druf sie ein wenig mit einander gestrauchelt und Geirsbach einen stecken fallen laßen, die andern schüler umb ihn herum getreten referent in aber Bachen an der Hand genomen und ihn mit fort zu gehen errinnert, und so sie ja etwas mit einander zu thun so würde sichs wohl geben gesagt, auch habe Bach keine tabackspfeiffe im munde gehabt, soviel ihr wißend. Eod Wird dem Schühler Geyersbachen auß obstehender abhörung der Bachin Vorhalt gethan, daß aus selbiger so viel zu befinden, daß er den anfang zu dem passirten gemachet da Er Bach en nicht nur zuerst angere|det, sondern auch zuerst loßgeschlagen. Ille Gestehet daß er außgeschlagen Bach aber habe ihn mit den Degen gestoßen, vnd währen in seinem Camisol noch die Löcher von den stichen zu ersehen. Nos Wann er Bach en zu besprechen gehabt, hätte ers beßer durch andere verrichten laßen können, vnd solches nicht selber auf öffentlicher straße thun sollen. Res . Weilen von denen Herren Geistlichen niemand zugegen alß möchten beyde vor dießesmahl hingehen, es solle ihnen wann ein Bescheid abgefaßet, schon bedeuthung geschehen.
|
21 augustus 1705. Barbara Catharina Bach: Meldt na de voorafgaande waarschuwing om de waarheid te zeggen, dat zij enkele dagen geleden met haar neef van de heer Küchenschreiber kwam. Het was avond, en toen zij over de markt wilden gaan, zaten er enkele studenten die van een doopfeest kwamen op de 'Langenstein'. Zodra Geyersbach hen zag, was hij opgestaan en Bach tegemoet gegaan. Hij vroeg waarom hij zijn fagot had beledigd, en 'wie zijn spullen beledigde, beledigde hem', en dat hij dat gedaan had zoals een hond (afblaffend?, z.b.) etc. Daarop had Geyersbach Bach in het gezicht geslagen, en Bach had z'n degen getrokken, maar had hem daarmee niets aangedaan. Daarna hebben ze wat met elkaar geworsteld (gestraucheld) en liet Geyersbach een stok (Stecken = in Bach's verklaring een Brügel) vallen. De andere studenten waren om hem heen gaan staan, maar zij ( de getuige ) had Bach bij de hand genomen, en hem aangemaand weg te gaan, zeggende dat als ze iets met elkaar af te handelen hadden, dat later wel zou komen. Ook had Bach, voor zover zij weet, geen tabakspijp in zijn mond. Op dezelfde dag (Eod): Aan de student Geyersbach wordt op basis van de verklaring van de jonge vrouw Bach voorgehouden dat daaruit blijkt dat hij de aanstichter van het voorval was, aangezien hij Bach niet alleen als eerste had aangesproken, maar ook als eerste had geslagen ( zuerst losgeschlagen ) Geyersbach (Ille): Geeft toe dat hij heeft uitgehaald ( ausgeschlagen ) , maar beweert dat Bach hem met de degen heeft gestoken en dat de gaten van de steken nog in zijn jas ( camisool : overjas, gesnelden als een lang vest, tot op de bovenbenen ) te zien zijn. De Raad (Nos): Als hij iets met Bach te verhapstukken had, dan zou hij dat beter via anderen hebben laten doen, en niet zelf, publiekelijk op straat. Besluit (Res.): Aangezien er van de Geestelijken ( Pastores ) niemand aanwezig is, mogen beiden voor ditmaal gaan. Zodra er een officieel besluit is geformuleerd, zullen zij hiervan op de hoogte worden gesteld.
|
|
Quelle: Bach-Dokumente, Band 2, Nr. 14 ( , Band 2, Nr. 14 ( online op jsbac) |
vertaling: Dick Wursten |
