Handtekening van Johann Sebastian Bach

De aanvaring (vechtpartij) met Geyersbach (Arnstadt 1705)

De nog jonge organist Johann Sebastian Bach (zelf net 20) is ook betrokken bij de zang/instrumentengroep die vieringen of andere activiteiten opluistert. Of hij de leiding heeft, is niet helemaal zeker, maar wellicht wel, want tijdens het 'verhoor' meldt hij dat hij eigenlijk vindt dat de 'Director musices' dat zou moeten doen (= stedelijke muziekdirecteur). Tijdens een van de repetities is het blijkbaar tot een aanvaring gekomen met een fagotspeler, die bach voor 'Zippel-fagottist' heeft uitgemaakt. Dat is een belediging: prutser, knoeier. Maar zou ook en seksuele connotatie kunnen hebben (Zippel of Zipfel is het uiteinde van bijv. een worst, en wordt in kindertaal gebruikt voor 'piemel'. Ook Fagot heeft die potentiële connotatie). Nadien ontstaat er een handgemeen/vechtpartij op de markt van Arnstadt, als Bach met z'n nicht 's nachts terugkeert van een feest... Bach doet z'n beklag bij het consistorie. De notulen bevatten de ondervraging van de ... en de getuigen. Het loopt met een vermaning en dus een sisser af.

Duits (Origineel) Nederlands (Vertaling)
1705, 5.–21. August (Arnstadt): Streitigkeiten mit Geyersbach
Zum Kalendarium
1705, 5–21 augustus (Arnstadt): De kwestie Geyersbach
Uit het kalendarium (notulenboek)
VERHÖRPROTOKOLLE (verhoorprotocollen)
consistorie te Arnstadt

Actum den 5 Augustj 1705.

 

Erscheinet Johann Sebastian Bach Organist in der Neüen Kirchen alhier, mit Vorbringen wie Er gestern abends etwas späte in der Nacht vom Schloße aus, nacher Hause gangen und ufm Marck kommen, hetten 6. Schüler ufm Langensteine geseßen, alß er nun dem Rathhause gleich kommen, were ein Schüler Geyersbach hinter ihm her und mit einem Brügel uf ihn loß gangen, mit diesen Formalien; Worumb er ihn geschimpfet hette?
Er geantwortet, er hette ihn gar nicht geschimpfet, und könte es ihm auch niemand beweisen, maßen er ganz stille gangen; daruf Geyersbach gesagt, ob er gleich ihn nicht geschimpfet hette, so hette er doch seinen Fagott einsmahls geschimpfet, v. wer seine Sachen schimpfte, der schimpfte auch ihn, und hette es geredet wie ein Hunds etc. etc. und zugleich uf ihn loß geschlagen, weiln er nun sich deßen nicht versehen, so hette er nach seinem Degen greiffen wollen, es were aber Geyersbach ihm in die Arme gefallen, und sich mit ihm herumb gezerret, da denn die übrigen Schüler, so bey ihm vorher geseßen, alß Schüttwürfel, Hoffmann, die übrigen würden diese benennen, darzu geloffen; und endlich mit abgewehret, daß er nacher Hause gehen können; und hette er Geyersbachen in faciem gesagt, morgen wolte er solches schon ausmachen, mit ihm zu schlagen stünde ihm nicht an, hielte es auch vor keine Ehre. Nachdem nun ihm solches zu Ieiden nicht gebührete, auch er uf diese maße uf der Straßen nicht sicher gehen könte, Alß bäte er unterthänigst gedachten Geyersbachen zu verdiente straffe zu ziehen, und ihme deswegen genügliche  Satisfaction thun zu laßen, auch selbigen v. anderen zu imponiren, daß sie ihn führo hin ohngeschimpfet und geschlagen passiren laßen müßen.

CZA

    citentur ad Consistoriam 


Gedaan op 5 augustus 1705.

Verschijnt Johann Sebastian Bach, organist in de Nieuwe Kerk alhier, met het betoog dat hij gisteravond laat in de nacht van het slot naar huis liep en over de Markt kwam. Er zaten zes scholieren op de 'Langenstein' (=stenen bank op de markt). Toen hij ter hoogte van het stadhuis kwam, was een scholier genaamd Geyersbach hem achterna gegaan en met een knuppel (Brügel . stok? verwant met verprügeln... stok om te slaan) op hem afgelopen en wel met de 'volgende woorden'  (Formalien) : Waarom hij hem uitgescholden (geschimptet) had?.
Bach antwoordde dat hij hem helemaal niet had uitgescholden en dat niemand dat kon bewijzen, aangezien hij rustig had gewandeld. Daarop zei Geyersbach dat —ook al had hij hem niet persoonlijk uitgescholden—, hij wel zijn fagot had beledigd; en wie zijn spullen (Sachen) beledigde, beledigde hemzelf ook (de vraag hier is: bedoelt hij letterlijk zijn fagot of staat fagot voor z'n geslachtsdeel?), en hij (Bach) had gesproken als een hond (afblaffend?)  etc. etc. en hij (Geyersbach) was tegelijk op hem losgegaan, en omdat hij (Bach) dit niet had zien aankomen, had hij naar zijn degen willen grijpen, maar Geyersbach had hem vastgepakt (in die Armen gefallen), en had aan hem beginnen te trekken/sleuren (herumb gezerret). De overige scholieren die erbij zaten, zoals Schüttwürfel en Hoffmann (de anderen zouden zij wel noemen), kwamen toegelopen, en hebben uiteindelijk geholpen hem af te weren, zodat hij naar huis kon gaan;
En hij (Bach) had Geyersbach rechtstreeks aangesproken (in faciem) dat hij dit morgen wel zou afhandelen; dat het hem niet aanstond om met hem te vechten, en hij het ook niet eervol vond.
Aangezien (Nachdem) hij dergelijke zaken niet hoefde te tolereren en op deze manier niet veilig over straat kon gaan, (Also bete) verzoekt hij nederig om genoemde Geyersbach een verdiende straf op te leggen en hem daarvoor genoegdoening (satisfaction) te laten geven. Ook moet aan hem en anderen opgelegd (imponiren) worden dat zij hem voortaan zonder te schelden en te slaan laten passeren.

CZA [Consistorium zu Arnstadt ?]

              Zij worden gedagvaard voor het Consistorium.

Actum den 14. August 1705

Wird dem Schühler Geyersbachen was der Organist Bach wieder ihn geclaget vorgeleßen
    Ille

Negat deß er klagenden Bachen vorgepaßet, sondern alß von dem Schuster Jahnen er zu seines Kindes Tauffmahl gebethen worden, vnd sie abends mit denen Gevatterinnen ein ständgen gemachet sey Bach mit der TabacksPfeiffe im munde über die straße gangen kommen, darauf Geyersbach selbigen gefraget, Ob ers geständig Ihn einen Zippel Fagottisten geheißen zu haben, da er nun solches nicht läugnen können, hätte Er Bach den Degen alßbald gezogen, dagegen Er Geyersbach sich ja wehren müßen, würde sonst ihm einen schaden gethan haben.
Negat daß er Bachen anbrachter maßen geschimpfet, könne aber wohl seyn daß wenn Bach mit den Degen über ihn hergewolt er auf selbigen geschlagen haben möchte.

    Bach

Bleibet dabey daß Geyersbach ihn zu erst geschimpfet vnd geschlagen wodurch er genöthiget worden nach dem Degen zu greiffen, weilen er sonst nichts gehabt womit er sich defendiren können.

    Geyersbach

Weiß sich nicht zu entsinnen, Bachen geschimpfet zu haben |

    Hoffmann prœmonitus de dicenda veritatem.

Er wiße nicht wie die Beyden aneinander gerathen, sondern alß er gesehen daß Geyersbach in Bachs Degen gegriffen, Bach aber solchen bey den Gefäß selbigen noch gehalten, auch unter dießen ringen Geyersbach gefallen, sey er weil bey solchem fallen leicht ein Unglück entstehen vnd Geyersbach in Degen fallen können sey er zwischen Beyde gangen vnd von einander abzulaßen vnd nach Hauß zu gehen, zugeredet. Worauf auch Geyersbach den Degen welchen er mit 2 Händen gehalten fahren laßen, vnd mit dießen Worthen weggegangen, Er habe sich eines Beßeren gegen Bachen versehen gehabt, verspühre aber anizo ein anders, worauff Bach repliciret, er wolle es schon weiters suchen.

    Schüttwürfel

Er sey auß irrthumb pro teste angegeben, dann er gar nicht dabey sondern zu Hauße geweßen

    Res.

Sollen mitwochs nechstkünfftig sich wieder melden.

Gedaan op 14 augustus 1705.

Aan de scholier Geyersbach wordt voorgelezen wat de organist Bach tegen hem heeft aangevoerd.

Geyersbach (Ille)
ontkent dat hij Bach heeft opgewacht. Hij was door de schoenmaker Jahn uitgenodigd voor het doopfeest van zijn kind en ze hadden 's avonds met de meters een serenade (Ständchen) gebracht. Toen kwam Bach aangelopen door de straat met een tabakspijp in zijn mond. Daarop vroeg Geyersbach hem of hij toegaf hem een "zippel-fagottist" [een prutser op de fagot] te hebben genoemd. Omdat Bach dit niet kon ontkennen, zou hij Bach direct zijn degen hebben getrokken, waartegen hij, Geyersbach, zich wel moest verdedigen; anders zou hij letsel hebben opgelopen.
ontkent dat hij Bach heeft uitgescholden zoals beweerd, maar het zou best kunnen dat hij Bach geslagen heeft toen deze hem met de degen te lijf wilde gaan.

Bach
Blijft erbij dat Geyersbach hem als eerste heeft uitgescholden en geslagen, waardoor hij genoodzaakt was naar zijn degen te grijpen, omdat hij anders niets had om zich mee te verdedigen.

Geyersbach
Kan zich niet herinneren Bach te hebben uitgescholden.

Hoffmann (getuige - wordt vermaand de waarheid te spreken)
Hij weet niet hoe de twee met elkaar in conflict zijn geraakt, maar toen hij zag dat Geyersbach de degen van Bach vastgreep, Bach deze nog bij het gevest vasthad., en dat tijdens het worstelen (ringen) Geyersbach gevallen is; en omdat er bij zo’n val gemakkelijk een ongeluk zou kunnen gebeuren en Geyersbach in de degen had kunnen vallen, is hij tussenbeide gekomen en heeft op hen ingepraat om elkaar los te laten en naar huis te gaan. Daarop liet Geyersbach de degen, die hij met twee handen vasthield, los, en ging weg met de woorden 'dat hij iets beters van Bach verwacht had (sich versehen), maar nu moest vaststellen dat het anders was. Waarop Bach antwoordde dat hij hij het hier niet bij zou laten (d.w.z. het hogerop zou zoeken)

Schüttwürfel: Hij is bij vergissing als getuige opgegeven, want hij was er helemaal niet bij aanwezig. Hij was thuis.

Besluit (Res.): Zij moeten zich aanstaande woensdag opnieuw melden.

Actum den 19. August. 1705

 

Wird dem Organist Bachen angezeiget, daß weiln der Schühler Geyersbach in lezter Verhör den anfang zu der schlägerey gemachet zu haben läugnete, vnd vorgäbe daß Bach den Degen zu erst gezogen, als würde ihme obliegen zu erweißen, daß ermeldter Schühler zu erst anlaß gegeben.

    Ille

Könne es mit seiner Baßen der Bachin beweißen, wann nur sonsten dero Zeugnuß alß einer Weibesperson sufficient erkannt würde.

    Nos

Er hätte sonst wohl es unterwegen laßen könen, daß er Geyersbachen einen Zippel fagotisten geheißen, auß dergleichen Scommatibus kähmen nachmahls dergleichen Verdrießlichkeiten, dazumahlen er ohne dem in dem ruff daß mit denen Schühlern er sich nicht vertrüge vnd vorgebe, er sey nur auff Choral nicht aber musicalische stücke bestellet, welches doch falsch, denn er müste alles mit musiciren helffen.

    Ille

Er weigere sich nicht, wann nur ein Director musices da wehre.

   Nos

Mann lebe mit imperfectis vnd müste er sich mit denen Schühlern vergleichen auch eines dem andern das leben nicht sauer machen.

   Res.

Citetur die Baße, vnd sollen dann beyde nechsten freytag wieder sich melden.

Gedaan op 19 augustus 1705.

Aan de organist Bach wordt medegedeeld dat, omdat de scholier Geyersbach in het laatste verhoor ontkende de vechtpartij te zijn begonnen en beweerde dat Bach als eerste de degen trok, het nu aan Bach is om te bewijzen dat genoemde scholier als eerste de aanleiding gaf.

Bach (Ille): Hij kan dit bewijzen met zijn nicht, de jonge dame Bach, mits haar getuigenis als vrouwspersoon als voldoende wordt erkend (juridisch valabel is, ontvankelijk)

De Raad (Nos): Hij had het er beter bij kunnen laten en Geyersbach geen "zippel-fagottist" moeten noemen. Zulk soort snerende opmerkingen (scommatibus) leiden nadien vaak tot dit soort narigheid. Bovendien staat hij er toch al om bekend dat hij niet met de scholieren overweg kan en beweert hij dat hij alleen voor het Choral en niet voor de muzikale stukken [figurale muziek] aangesteld, wat echter onjuist is, want hij moet bij alle muziekuitvoeringen helpen.

Bach (Ille): Hij weigert dit niet, mits er maar een Director Musices aanwezig is.

De Raad (Nos): Men moet leven met onvolmaaktheden (imperfectis, mensen? toestanden? ) en hij moet zich met de scholieren zien te verstaan; men moet elkaar het leven niet zuur maken.

Besluit (Res.): De nicht moet gedagvaard worden en beiden moeten zich aanstaande vrijdag weer melden.

Actum den 21. Aug: 1705

 

    Barbara Catharina Bachin

Meldet uf vorgängige Verwahrnung die Wahrheit zu sagen, wie vor einigen tagen, als sie mit ihrem Vetter von dem Herrn Küchenschreiber des abends kommen, und übern Mark gehen wollen, einige Schüler so von einer Kindtauff kommen, ufn langen steine geseßen, Geirsbach sie sehend sogleich aufgestanden und Bachen unter die augen getreten, sagend, warumb er seinen Fagott geschimpffet hätte und wer seine sachen schimpffte der schimpffte ihn, und daß thäte ein Hundes etc:, druf Geirsbach Bachen ins gesicht geschlagen, Bach aber den Degen gezogen, ihm aber nichts darmit gethan, druf sie ein wenig mit einander gestrauchelt und Geirsbach einen stecken fallen laßen, die andern schüler umb ihn herum getreten referentin aber Bachen an der Hand genomen und ihn mit fort zu gehen errinnert, und so sie ja etwas mit einander zu thun so würde sichs wohl geben gesagt, auch habe Bach keine tabackspfeiffe im munde gehabt, soviel ihr wißend.

    Eod

Wird dem Schühler Geyersbachen auß obstehender abhörung der Bachin Vorhalt gethan, daß aus selbiger so viel zu befinden, daß er den anfang zu dem passirten gemachet da Er Bachen nicht nur zuerst angere|det, sondern auch zuerst loßgeschlagen.

    Ille

Gestehet daß er außgeschlagen Bach aber habe ihn mit den Degen gestoßen, vnd währen in seinem Camisol noch die Löcher von den stichen zu ersehen.

   Nos

Wann er Bachen zu besprechen gehabt, hätte ers beßer durch andere verrichten laßen können, vnd solches nicht selber auf öffentlicher straße thun sollen.

   Res.

Weilen von denen Herren Geistlichen niemand zugegen alß möchten beyde vor dießesmahl hingehen, es solle ihnen wann ein Bescheid abgefaßet, schon bedeuthung geschehen.

 


Gedaan op 21 augustus 1705.

Barbara Catharina Bach: Meldt na de voorafgaande waarschuwing om de waarheid te zeggen, dat zij enkele dagen geleden met haar neef van de heer Küchenschreiber kwam. Het was avond, en toen zij over de markt wilden gaan, zaten er enkele scholieren die van een doopfeest kwamen op de 'Langenstein'. Zodra Geyersbach hen zag, was hij opgestaan en Bach tegemoet gegaan. Hij vroeg waarom hij zijn fagot had beledigd, en: "wie zijn spullen beledigde, beledigde hem', en dat deel hij zals een hond (afblaffend?, z.b.) etc. Daarop had Geyersbach Bach in het gezicht geslagen, en Bach had z'n degen getrokken, maar had hem daarmee niets aangedaan. Daarna hebben ze wat met elkaar geworsteld (gestraucheld) en liet Geyersbach een stok (Stecken = in Bach's verklaring een Brügel) )vallen. De andere scholieren waren om hem heen gaan staan, maar zij (de getuige) had Bach bij de hand genomen, en hem aangemaand weg te gaan, zeggende dat als ze iets met elkaar af te handelen hadden, dat later wel zou komen. Ook had Bach, voor zover zij weet, geen tabakspijp in zijn mond.

Op dezelfde dag (Eod): Aan de scholier Geyersbach wordt op basis van de verklaring van de jonge vrouw Bach voorgehouden dat daaruit blijkt dat hij de aanstichter van het voorval was, aangezien hij Bach niet alleen als eerste had aangesproken, maar ook als eerste had geslagen (zuerst losgeschlagen)

Geyersbach (Ille): Geeft toe dat hij heeft uitgehaald (ausgeschlagen) , maar beweert dat Bach hem met de degen heeft gestoken en dat de gaten van de steken nog in zijn jas (camisool: overjas, gesnelden als een lang vest, tot op de bovenbenen) te zien zijn.

De Raad (Nos): Als hij iets met Bach te bespreken had, dan zou hij dat beter door anderen laten gedaan hebben, en het niet zelf op de openbare straat moeten doen.

Besluit (Res.): Aangezien  er van de Geestelijken (Pastores) niemand aanwezig is, mogen beiden voor ditmaal gaan. Zodra er een officieel besluit is geformuleerd, zullen zij hiervan op de hoogte worden gesteld.
Het loopt dus met een sisser af... 

Quelle: Bach-Dokumente, Band 2, Nr. 14 (online op jsbach.de)