Handtekening van Johann Sebastian Bach

BWV 129: Gelobet sei der Herr

Cantate voor zondag Trinitatis
(uitgestelde afsluitende cantate van de unvollendete koraalcantate-jaargang...)

 

Bach had wat met zondag trinitatis... Ik leg u uit waarom. Maar eerst: wat is dat 'trinitatis' en waarom een 'zondag'?

 

Zondag Trinitatis (Drievuldigheidszondag)
is de afsluiting van de feestperiode van het kerkelijk jaar: een orgelpunt na Pasen en Pinksteren. Volgende week begint de schier eindeloze reeks van ‘zondagen doorheen het jaar.

Waarom een zondag wijden aan ‘de heilige Drievuldigheid’(rk) - Drieeenheid (prot)’? Om de veelzijdigheid van de ene God recht te doen.
Ik weet het: historisch is het een compromis à la Belge... over de natuur van de zoon, van God, homoousios, met extreme partijen, middengroepen, veel ruzie... En uiteindelijk onder druk van bovenaf (keizer) een compromis. Maar één ding moet gezegd worden: de aanvaarding van het leerstuk van de drie-eenheid heeft God wel behoed voor definitie.
Het
de-definiëert, maakt los, ontgrenst... God uit een te monolitisch (monomaan) godsbegrip.  

Er is meervoud in God.
Als het erom gaat ‘de wereld die hij zo liefheeft’ van de ondergang te redden (evangelielezing), is hij namelijk niet voor één gat vangen. En dat is nodig ook.

Soms kan Hij ontzagwekkend zijn, stelt hij grenzen, zet hij ons op onze plaats. Maar goed ook, want wij overdrijven nog al eens, en maken dan meer kapot dan ons lief is. Wij zijn ‘maar’ mensen, schepselen, uit het stof verrezen, tijdelijke wezens. Zo is Hij God, maar niet alleen zo...

Op een ander moment kan Hij – maar u mag ook zij zeggen, ook qua gender is God een categorie sui generis – tot ons komen in de vorm van een kwetsbaar kind dat een appèl op ons doet om toch vooral barmhartig te zijn. Ook kan Hij gewoon mens-met-de mensen zijn en met ons op weg gaan, en ons aanspreken van terzijde, als een vriend, een metgezel.

Maar pas op, ook in die verschijningsvorm laat Hij zich niet opsluiten... God is meer dan alleen maar onze vriend.
En ... hij kan onverwacht uit de hoek komen, en als een frisse wind door ons leven gaan waaien, vensters en deuren openen.

Er is meervoud in God: Vader, Zoon en Geest. Drie heel verschillende vormen van presentie, zijns- en verschijningswijzen, en toch wezenlijk één. Dat viert de kerk op zondag Trinitatis.…

 

Nu: wat had Bach met Trinitatis ?

Wel: De tijdrekening van Bach in Leipzig loopt van Trinitatis tot trinitatis... Kijk maar:

 

29 mei 1723 : Hollsteinische unpartheyische Correspondent . - de scans staan hier

«Am vergangenen Sonnabend zu Mittage kamen 4. Wagen mit Haus-Raht beladen von Cöthen allhier an, so dem gewesenen dasigen Fürstl. Capell-Meister, als nach Leipzig vocirten Cantori Figurali, zugehöreten; Um 2. Uhr kam er selbst nebst seiner Familie auf 2 Kutschen an, und bezog die in der Thomas-Schule neu renovirte Wohnung.»

“Afgelopen zaterdag (= 22 mei, dag voor zondag Trinitatis) kwamen hier rond de middag vier met huisraad volgeladen wagens aan. Vanuit Köthen. Ze behoorden toe aan de voormalige Fürstliche Kapellmeister die naar Leipzig was beroepen als cantor figurali . Twee uur later arriveerde hijzelf, met zijn gezin, in twee koetsen en betrok de pas gerenoveerde woning in de Thomasschool


Dat was zaterdag voor trinitatis dus: De cantate van trinitatis hoefde hij niet te dirigeren, maar die van de zondag daarna wel. Dat wil zeggen: in de week lesgeven en dan op zondag 30 mei moest hij er om 7.00 u. met z'n zangers, om de misviering te openen (lied), kyrie-gloria zingen, en na de lezing klonk dan tegen 7u30 zijn eerste cantate voor Leipzig Die Elenden sollen essen (De eerste zondag na trinitatis). Vervolgens heeft hij voor elke zon- en feestdag van het kerkelijk jaar dat volgt een zelf gecomponeerde cantate uitgevoerd.
Zichzelf aangedaan (niet omdat dàt vereist werd! Een motet van Kuhnau, een cantate van Graupner, ook goed.

Bach legt de lat hoog. Ziet het groots… Eens hij z’n leerlingen - die ook z’n muzikanten waren! - goed kent, en kan inschatten wat ze aankunnen, komt hij onder stoom. Het ene na het andere nieuwe werk (vaak op teksten uit reeds langer circulerende librettoboekjes) ziet het licht. Onderwijl herneemt hij ook cantates uit z'n vroegere periodes (en past ze desgevallend aan aan de mogelijkheden in Leipzig). Op zondag trinitatis (4 juni 1724 ) kan hij zijn eerste complete jaargang cantates feestelijk afsluiten. Z’n eerste jaar zit erop. Hij heeft – als ik goed tel – 64 cantates uitgevoerd, allemaal van eigen hand.
Een nieuw 'kerkelijk jaar' in de telling van Bach breekt aan. Op zondag trinitatis is hij immers precies een jaar bezig. Wat zal hij doen, als hij straks op 11 juni 1724 weer een Hoofdmuziek (cantate) moet brengen. Opnieuw beginnen? Rustiger aan?
Nee, hij legt de lat nog een stukje hoger: zijn tweede jaargang cantates moet een Gesamtkunstwerk worden, samenhangend geheel ...
Voor elk van de pakweg 60 zon- en feestdagen van het kerkelijk jaar wil hij een cantate componeren die is gebaseerd op een bij die zondag passend kerklied (vrij gedicht gezang, of berijmde psalm) (een hele jaargang met koraal-cantates)

Vast stramien: de eerste en laatste strofe van het kerklied blijven ongewijzigd. Ze dienen als tekst voor 1. een koraalfantasie ter opening en een eenvoudige vierstemmige zetting tot slot. De tussenliggende coupletten worden herdicht tot aria's en recitatieven.

 

De eerste cantate van die reeks is een statement, opnieuw een visitekaartje: O Ewigkeit du Donnerwort  BWV20 2-delig, ruim een half uur muziek, ingeleid met een Franse ouverture (Dat lied had hij al eerder onder handen genomen, Advent 1723. Is toen de idee geboren?) En hij doet dit niet voor zichzelf…  Nee, op de partituur van BWV 20 staat deze keer niet J.J. ( Jesu Juva , Jezus help mij = standaard), maar INDNJC, I n N omine D omini N ostri J esu C hriste (In de naam van onze heer Jezus Christus). Vooruit, we gaan ervoor! God is het waard. Laten we Bach krediet geven, en hem op z’n woord geloven…


En het ging geweldig. Hij heeft een kundige schrijver/dichter naast zich gehad, met wie hij het plan heeft doorgesproken en uitgevoerd. Alle 25 zondagen na Pinksteren tot aan advent…, rekening houdend - opnieuw - met de 'wissel van de wacht' op school. Vol uitpakkend met Advent en Kerst ( Gelobet seist du Jesu Christ ); Maria Lichtmis Mit Fried’und Freud … ; Inspelend op de opportuniteiten (excellente tenor, een traverso-virtuoos, etc - zie hiervoor Konrad Küster, Musik im Namen Luthers) en zo naar de Vasten toe Herr Jesu Christ, wahr’mensch und gott … En dan met Maria Boodschap nog eentje: Wie schön leuchtet der Morgenstern, gevolgd door de eerste versie van de Johannespassie : met 11 koralen.

Goed bezig. Maar dan - met Pasen - stokt de stroom… Hij herneemt op Paaszondag een van zijn eerste cantates: Christ lag in Todesbanden, maar daarna is er geen koraal meer te bekennen. Bach valt terug op librettos uit boekskes die hij nog in de kast had staan, uit z'n Weimarse tijd (Neumeister, Franck). Is z’n librettoschrijver vertrokken? Overleden? Hebben ze ruzie gekregen? Of is het vertrouwde zangersteam uiteengevallen? (vertrokken). We weten het niet. Na enige weken improviseren, schiet Marianne von Ziegler hem te hulp – ze schrijft 9 cantateteksten voor hem: Bach kan voort tot Trinitatis: Prima muziek, maar niet wat Bach voor ogen had gehad. Geen koralen.


De jaargang is incompleet…. Er ontbreken er 13.
Niemand klaagt… niemand wist het (denk ik). Dus no problem.

Maar dan kent u Bach niet. Hì wist het, en het irriteerde hem.

Het was niet af.


Elk jaar, tussen Pasen en Trinitatis denkt hij er weer aan… en in de loop van de jaren die volgen, vult hij de gaatjes op.  Tot hij – 1734 – (10 jaar na dato) een complete jaargang heeft. (zelfs de ‘zelden voorkomende 26 zondag na Trinitatis, heeft eer een: Wachet auf ruf uns die stimme (BWV 140, 25/11/1731).


Waarom vertel ik dit?
VANDAAG krijgen we in uitgesteld relais
de koraalcantate voor Zondag trinitatis die deze cyclus had moeten afsluiten…
Dat (of iets soortgelijks) had het slotakkoord moeten worden van die jaargang. Dan had hij nog eens willen uitpakken… met pauken en trompetten, maar dDat had dus niet mogen zijn. Het grootse project was gefnuikt. De toren van Babel is nooit ver weg.

En in 1727 (er is een gedrukt 'tekstboekje voor de Leipziger cantates' gevonden waarin dit lied voor die zondag is geprogrammeerd) heeft hij besloten het gewoon maar te doen. Alsnog. Een slotakkoord voor de koraalcantate-jaargang


Hij heeft geen librettist-dichter gevonden om de tekst te bewerken... of heeft hij niet gezocht...?
Recitatieven, vrije teksten, aria’s…
Is dat eigenlijk wel nodig…, dat geneuzel in die recitatieven?
Moet dat perse, zo’n sentimentele aria… ?
Nee toch. Het kan ook zonder. Sterker nog: Less is more…

En die oude Lutherse gezangen, ze zijn eigenlijk ijzersterk… op zich.
Waarom niet gewoon de tekst van een goed lied genomen… en dat dan toonzetten per omnes versus…. zoals Scheidt, Schein, Pachelbel, Kuhnau en Buxtehude hebben gedaan, en hijzelf nog in z’n jonge jaren.


En hij hakt de knoop door. Hij kiest een lied dat klinkt als een klok, één grote lofprijzing op de drie-enige God, van de zeer geleerde en hooggeëerde Johann Olearius. Ermunterung aus dem Fest-Evangelio Johannes 3 zur dankbaren Betrachtung des hohen Geheimnisses der Dreieinigkeit” (dat is dus Trinitatis, incl. de evangelielezing);... En het heeft een prachtige melodie (Oh Gott du frommer Gott) met z'n omhoogstuwende slotregels.


Dat hij een openingskoor kan schrijven, weten we… Beproefd procédé. De koraalregels een voor een inbouwen in een groots opgevatte ouverture. Dus dat deel staat als een huis, klinkt als een klok… met de feestelijke trompetten erbij, die de cadenzen mogen versterken, boenk paukeslag. Maar wat hij doet om de koraaltekst van de overige vier coupletten tot leven te wekken, is toch weer uniek. Hij vormt de drie (!) middelste coupletten om tot aria’s.

Alle drie totaal anders, en samen met de eerste en de laatste toch één geheel.


- Basaria: Alleen continuo begeleidt de bas, die vrij is om z’n verhaal te vertellen. Heel mooi en expressief. Over de Vader en de Zoon.
- Sopraanaria: eigenlijk een kwartet: voor sopraan, dwarsfluit, altviool en continuo.
- Altaria: een duet tussen de oboe d’amore en de alt…. Heerlijk zangerig, dansant ook. De vreugde begint door te dringen…


 

En dan: het slotkoraal: de verrassing. De trompetten krijgen hier de hoofdrol…. Zij mogen de lijn uitzetten : opwaarts zal het gaan
En zo wordt er een spanningsboog opgebouwd, die tot in de hemel reikt, waar de engelen het Sanctus zingen voor Gods troon.
En in een machtige greep, bundelt Bach in deze koraalzetting: alle instrumenten, alle stemmen. Gedragen door de tekst, geleid door de melodie, vinden aarde en hemel elkaar in de lof op de 3x heilige God.
Wat een slotakkoord.
Amen.

rlutz_bwv129_slotkoraal

 

Originele Duitse tekst

1. Gelobet sei der Herr, mein Gott, mein Licht, mein Leben,
Mein Schöpfer, der mir hat mein Leib und Seel gegeben,
Mein Vater, der mich schützt von Mutterleibe an,
Der alle Augenblick viel Guts an mir getan.


2. Gelobet sei der Herr, mein Gott, mein Heil, mein Leben,
des Vaters liebster Sohn [Kind =  tekstboekje], der sich für mich gegeben,
der mich erlöset hat mit seinem teuren Blut,
der mir im Glauben schenkt das allerhöchste Gut.

 

3. Gelobet sei der Herr, mein Gott, mein Trost, mein Leben,
des Vaters werter Geist, den mir der Sohn gegeben,
der mir mein Herz erquickt, der mir gibt neue Kraft,
der mir in aller Not Rat, Trost und Hilfe schafft.

 

4. Gelobet sei der Herr, mein Gott, der ewig lebet,
den alles lobet, was in allen Lüften schwebet.
Gelobet sei der Herr, des Name heilig heißt,
Gott Vater, Gott der Sohn und Gott der werte Geist,

 

5. dem wir das 'Heilig' jetzt mit Freuden lassen klingen
und mit der Engelschar das 'Heilig, Heilig' singen,
den herzlich lobt und preist die ganze Christenheit:
Gelobet sei mein Gott in alle Ewigkeit!


Dick Wursten