Handtekening van Johann Sebastian Bach

Trauerode - Lass, Fürstin, lass noch eine Strahl (BWV 198)

Gedachtenisviering (Lob und Trauer) n.a.v. het overlijden van Christiane Eberhardina, keurvorstin van Sachsen, koningin van Polen (1727)
Muziek van J.S. Bach: Tombeau de Sa Majesté la Reine de Pologne...

christiane eberhardina van sachsen

Christiane Eberhardine van Brandenburg-Bayreuth (1671–1727), genoot in haar tijd een bijna mythische status in Sachsen. Zij was de echtgenote van Friedrich August I ("de Sterke"), keurvorst van Sachsen. Haar leven nam echter een dramatische wending toen haar man zich in 1697 bekeerde tot het katholicisme om de troon van Polen te kunnen bemachtigen, daarin gesteund door de Habsburgers (die zo de Fransen aftroefden). Christiane Eberhardine weigerde echter haar lutherse geloofsovertuiging op te geven. Haar man liet dat niet aan zijn hart komen. Als Keurvorst van Sachsen en Koning van Polen was hij een grote speler in het vroeg 18de eeuwse Europa. Hij hield van pracht en praal, verzamelde obsessief porcelein, en hield er talloze maîtresses op na (en vele bastaarden). Toen de enige zoon van het echtpaar (evenens August geheten) ook katholiek werd, trok zijn vrouw zich uit protest terug uit Dresden en vestigde zich in haar slot in Pretzsch aan de Elbe. Ze verscheen enkel nog in het openbaar als het moest. Onderwijl zette ze zich in voor het behoud van de Lutherse vrijheden in Sachsen, en bevorderde - als tegenwicht voor het beleid van haar man - de Lutherse kerkbouw, sociaal welzijn (weeshuis in Leipzgi), en cultuur. Ze gaf een alomvattend liedboek uit, zodat je - dixit het voorwoord - 's zondags niet 3 of 4 boekjes hoeft mee te nemen naar de kerk: Auserlesener Lieder-Schatz Oder Vollständiges Gesang-Buch (1713, geregeld vermeerderd/herdrukt), ca. ... 1000 bladzijden.

zangboek uit 1719, samengesteld in opdracht van de keurvorstin, met opengevouwen afbeelding t.o. de titelpagina

De inwoners van Sachsen — overwegend luthers - hadden de bekering van hun keurvorst ook als verraad ervaren. En zo groeide Eberhardine uit tot de "Betsäule von Sachsen", beschermvrouwe van het protestantse geloof. Toen deze Landesmutter ("Moeder des Vaderlands") op 4 september 1727 overleed, was het verdriet onder de bevolking groot (en voorzover we kunnen nagaan bij velen ook gemeend) . Ze had zelf bepaald dat ze geen staatsbegrafenis wilde, maar een eenvoudig graf in de dorpskerk van Pretzsch, bij de uitvaart ging de locale predikant voor (6 september 1727). Toen echter de periode van rouw voorbij was, wilden de protestanten in Sachsen haar toch eren. En zo komen we bij de bijzondere gebeurtenis in de Universiteit van Leipzig op 17 oktober 1727.

Geen kerkdienst, maar een academische zitting.

Carl von Kirchbach, de initiatiefnemer, was een 23-jarige, welgestelde adellijke student (ridder). Hij plande, organiseerde en financierde het hele evenement (met toestemming/in opdracht van de universiteit). Van alles moest het het beste van het beste zijn: De beroemde dichter en professor Poëtica Johann Christoph Gottsched voor de tekst van een plechtige Trauerode; de stedelijk muziekdirecteur, cantor van de Thomaskerk Johann Sebastian Bach voor de muziek. Toen de universiteitsorganist Görner z'n beklag deed dat Bach niet op zíjn terrein mocht komen (wat juridisch klopte) kocht hij die af, zodat Bach de muziek - die hij al grotendeels klaar had - kon voltooien (op de partituur staat 15 oktober). Voor Gottsched, die in Leipzig een beweging leidde om de Duitse taal en litteratuur te hervormen (op Europees niveau te brengen) was de Trauerode een kans om te tonen dat de Duitse taal net zo verfijnd en waardig kon klinken als de toen dominante Franse of Italiaanse taal, en dat ook in het Duits jambische hexameters (met cesuur in het midden) prima tot hun recht komen. Hij schrijft 9 achtregelige strofen in dit metrum, met omarmend rijm per kwatrijn (abbacddc...), afwisselend mannelijk/vrouwelijk regeleinde. Poëtisch gezien is dit veruit de meest perfecte, verfijnde en moderne tekst die Bach ooit heeft getoonzet. Die heeft overigens de vorm wel naar z'n hand gezet, om er een afwisselend muzikaal geheel van te maken (aria, recitatief, koor). Tijdens de ceremonie hield Kirchbach zelf de oratio funebris (gedachtenis en lofrede) op de dierbare overledene (tussen de twee delen van Bachs muziek). In deze rede werd ook haar standvastigheid in het lutherse geloof geprezen:  Hoewel ze als koningin in Polen rijkelijk kon leven, verkoos ze het eenvoudige leven in Pretzsch. De hemelse kroon was haar meer waard dan de aardse...

Links het "castrum doloris" voor de vorstin (vanaf de trap werd de oratio gehouden). Rechts de titelpagina van de uitgave

Het academisch eerbetoon ("Actus academicus") vond plaats in de Paulinerkirche op 17 oktober 1727. Dankzij het verslag van kroniekschrijver Christoph Ernst Sicul (Das thränende Leipzig), zijn we goed geïnformeerd over hoe die dag verliep. In processie en vol ornaat ging men (de heren professoren, de studenten, de notabelen van de stad) van de Nikolaikerk (waar een gebedsmoment was geweest) naar de Paulinerkerk. De processie bij de opening van het academiejaar zonk erbij in het niet. Voor de aanwezige lutheranen (le tout Leipzig en wie er nog meer genodigd waren) was dit het moment waarop zij hun Landesmutter de eer konden bewijzen die haar was onthouden. Sicul beschrijft ook hoe de Paulinerkirche volledig in de rouw was (met zwarte fluwelen tapijten en doeken behangen, de Trauer-Ausputz). Voorin de kerk was een tijdelijk monument geplaatst (castrum doloris) met een uitgebreide inscriptie, plorantes aan weerszijden en bekroond met een groot wit kruis. In de publicaties van de diverse teksten is die ook afgebeeld (z.b. de uitgave van de oratio). Staande voor dit tijdelijke 'altaar' (dit memorial , monumentum) vanop de traptreden, hield Kirchbach zijn oratio , met aan weerszijden twee maarschalken in vol ornaat. Dankzij Sicul weten we ook hoe de uitvoering van de muziek er aan toe ging. Bachs Trauermusik  ("nach italianischer Art componiret", d.w.z. als 'cantate') werd uitgevoerd met de Herr Kapellmeister Bach aan het "Clave di Cembalo". Daarnaast waren te horen: "Orgel, Violes di Gamba, Lauten, Violinen, Fleutes douces  und Fleutes traverses &c." Kosten noch moeiten zijn gespaard. Het geeft aan hoe belangrijk deze gebeurtenis was voor de burgerij van Leipzig:  Een "Actus academicus" als "klingendes Epitaph".

tombeau bwv 198
Tombeau de Sa Majesté la Reine de Pologne, autograph J.S. Bach


Erster Teil / Eerste deel

1. Chor

Lass, Fürstin, lass noch einen Strahl

aus Salems Sterngewölben schießen,

und sieh, mit wieviel Tränengüssen

umringen wir dein Ehrenmal.

1. Koor

Laat, vorstin, laat nog een straal

uit de sterrenhemel van Salem springen.

En zie met hoeveel tranenstromen

wij uw gedenkteken omringen!

2. Rezitativ (Sopran)

Dein Sachsen, dein bestürztes Meißen

erstarrt bei deiner Königsgruft;

das Auge tränt, die Zunge ruft:

mein Schmerz kann unbeschreiblich heißen!

Hier klagt August und Prinz und Land,

der Adel ächzt, der Bürger trauert,

wie hat dich nicht das Volk bedauert,

sobald es deinen Fall empfand!

2. Recitatief (sopraan)

Uw Saksen, uw ontstelde Meissen

verstarren bij uw koningsgraf;

mijn ogen tranen, mijn tong roept,

mijn verdriet kan wel onbeschrijflijk worden genoemd!

Hier klagen August, de prins en het land,

de adel kreunt, de burger rouwt,

hoe treurde het volk niet om u

toen het van uw dood hoorde!

3. Arie (Sopran)

Verstummt, verstummt, ihr holden Saiten!

Kein Ton vermag der Länder Not

bei ihrer teuren Mutter Tod,

o Schmerzenswort! recht anzudeuten.

3. Aria (sopraan)

Zwijg, zwijg, lieflijke snaren!

Geen geluid kan de nood van de landen

bij de dood - o, woord van smart -

van hun dierbare moeder goed weergeven.

4. Rezitativ (Alt)

Der Glocken bebendes Getön

soll unsrer trüben Seelen Schrecken

durch ihr geschwungnes Erze wecken,

und uns durch Mark und Adern gehn.

O, könnte nur dies bange Klingen,

davon das Ohr uns täglich gellt,

der ganzen Europäerwelt

ein Zeugnis unsres Jammers bringen!

4. Recitatief (alt)

Het bevende gebeier van de klokken

moet de ontsteltenis van onze sombere zielen

met hun gewelfde brons oproepen

en ons door merg en been gaan.

O, konden die angstige klanken,

die dagelijks in onze oren schallen

maar aan de hele Europese wereld

de boodschap van ons verdriet brengen!

5. Arie (Alt)

Wie starb die Heldin so vergnügt!

Wie mutig hat ihr Geist gerungen,

da sie des Todes Arm bezwungen,

noch eh er ihre Brust besiegt.

5. Aria (alt)

Hoe vredig is de heldin gestorven!

Hoe dapper heeft haar geest gevochten

toen de dood haar in zijn greep kreeg

voordat hij haar levensdraad afsneed.

6. Rezitativ (Tenor)

Ihr Leben ließ die Kunst zu sterben

in unverrückter Übung sehn;

Unmöglich konnt es denn geschehen,

sich vor dem Tode zu entfärben.

Ach selig! wessen großer Geist

sich über die Natur erhebet,

vor Gruft und Särgen nicht erbebet,

wenn ihn sein Schöpfer scheiden heißt.

6. Recitatief (tenor)

Haar leven liet zien hoe ze zich

in de kunst van het sterven onwrikbaar oefende;

het was dus ondenkbaar dat ze

zou verbleken in het aanzien van de dood.

Ach, zalig is degene wier grote geest

zich boven de natuur verheft,

die niet siddert voor graf en kist

wanneer haar schepper haar wegroept.

7. Chor

An dir, du Fürbild großer Frauen,

an dir, erhabne Königin,

an dir, du Glaubenspflegerin,

war dieser Großmut Bild zu schauen.

7. Koor

Aan u, toonbeeld van grote vrouwen,

aan u, verheven koningin,

aan u, trouwe gelovige,

was die grootsheid af te lezen.


Oratio funebris

lob und trauerrede kirchbach - pag 1
begin van de oratio

Tekst van Kirchbach
(ingekort, bewerkt en vertaald door Albert Edelman in 2015. Bachfestival Brugge, voorgedragen door Hubert Damen).


Zweiter Teil / Tweede deel

8. Arie (Tenor)

Der Ewigkeit saphirnes Haus

zieht, Fürstin, deine heitern Blicke

von unsrer Niedrigkeit zurücke

und tilgt der Erden Dreckbild aus.

Ein starker Glanz von hundert Sonnen,

der unsern Tag zur Mitternacht

und unsre Sonne finster macht,

hat dein verklärtes Haupt umsponnen.

8. Aria (tenor)

Het saffieren huis van de eeuwigheid

trekt, vorstin, uw blijmoedige blikken

bij onze geringheid vandaan

en vaagt het beeld van de aarde weg.

Een sterke glans van honderd zonnen,

die van onze dag middernacht maakt

en van onze zon iets duisters,

straalt om uw verheerlijkte hoofd.

9. Rezitativ und arioso (Bass)

Was Wunder ists? Du bist es wert,

du Fürbild aller Königinnen!

Du musstest allen Schmuck gewinnen,

der deine Scheitel jetzt verklärt.

Nun trägst du vor des Lammes Throne,

anstatt des Purpurs Eitelkeit

Ein perlenreines Unschuldskleid

und spottest der verlass’nen Krone.

Soweit der volle Weichselstrand,

der Niester und die Warthe fließet,

Soweit sich Elb’ und Muld’ ergießet,

Erhebt dich beides, Stadt und Land.

Dein Torgau geht im Trauerkleide,

Dein Pretzsch wird kraftlos, starr und matt;

denn da es dich verloren hat,

verliert es seiner Augen Weide.

9. Recitatief en arioso (bas)

Dat is toch geen wonder? U bent het waard,

u, de ideale koningin!

U hebt alle sieraden moeten verwerven

die uw hoofd nu doen schitteren.

Nu draagt u voor de troon van het Lam

in plaats van de ijdelheid van het purper

het parelvrije kleed van de onschuld

en u spot met de achtergelaten kroon.

Zo ver de oevers van de Weichsel reiken,

zo ver de Niester en de Warthe stromen,

zo ver de Elbe en de Mulde uitvloeien,

wordt u door stad en land geprezen.

Uw Torgau draagt rouwkleding,

uw Pretzsch wordt krachteloos, star en dof;

want nu ze u hebben verloren

zijn ze geen lust meer voor het oog.

10. Chor

Doch, Königin! du stirbest nicht,

man weiß, was man an dir besessen;

die Nachwelt wird dich nicht vergessen,

bis dieser Weltbau einst zerbricht.

Ihr Dichter, schreibt! wir wollen’s lesen:

Sie ist der Tugend Eigentum,

der Untertanen Lust und Ruhm,

der Königinnen Preis gewesen.

10. Koor

Maar, koningin, u sterft niet,

men weet wat u hebt betekend;

het nageslacht zal u niet vergeten

totdat deze wereld eens vergaat.

Dichters, schrijf! wij willen het lezen:

zij is een en al deugd,

de vreugde en de eer van haar onderdanen,

de allerhoogste koningin.

tekst Dick Wursten
vertaling oratio: Albert Edelman:
vertaling van de Trauerode © Ria van Hengel