Handtekening van Johann Sebastian Bach

BWV 156 — Ich steh mit einem Fuß im Grabe



 

 


1. Sinfonia

2. Aria (S, T)

Ich steh mit einem Fuß im Grabe,

Mach’s mit mir, Gott, nach deiner Güt,

bald fällt der kranke Leib hinein.

hilf mir in meinem Leiden,

Komm, lieber Gott, wenn dir’s gefällt,

was ich dich bitt', versag mir nicht.

ich habe schon mein Haus bestellt,

Wenn sich mein Seel soll scheiden,
so nimm sie, Herr, in deine Händ.

nur laß mein Ende selig sein!

Ist alles gut, wenn gut das End.

Ik sta met één voet in het graf,

Doe met mij, God, wat u goeddunkt,

weldra valt mijn zieke lijf erin.

help mij in mijn lijden,

Kom, lieve God, als het u behaagt,

wat ik u smeek, laat mij niet in de steek.

ik heb mijn (levens)huis al op orde gebracht,

Als mijn ziel zich van mij zal scheiden
neem die dan, Heer, in uw handen.

laat toch mijn einde zalig zijn!

All's Well That Ends Well.

3. Recitatief (B)

Mein Angst und Not,
mein Leben und mein Tod
steht, liebster Gott, in deinen Händen;
so wirst du auch auf mich
dein gnädig Auge wenden.
Willst du mich meiner Sünden wegen
ins Krankenbette legen,
mein Gott, so bitt ich dich,
laß deine Güte größer sein
als die Gerechtigkeit!
Doch hast du mich darzu versehn,
daß mich mein Leiden soll verzehren,
ich bin bereit,
dein Wille soll an mir geschehn,
verschone nicht und fahre fort,
laß meine Not nicht lange währen,
je länger hier, je später dort!

Mijn angst en nood,
mijn leven en mijn dood
liggen, lieve God, in uw handen;
Zo zult gij ook wel op mij
uw genadig oog richten.
Wanneer gij omwille van mijn zonden
mijn naar het ziekbed verwijst,
dan smeek ik u, mijn God,
laat uw goedheid groter zijn
dan de gerechtigheid!
Maar als gij voor mij hebt voorzien,
dat mijn lijden mij moet verteren,
dan ben ik bereid,
uw wil geschiede aan mij,
spaar mij niet, ga verder,
laat mijn nood niet lang duren:
hoe langer hier, hoe later ginds!

4. Aria (A)

Herr, was du willt, soll mir gefallen,
weil doch dein Rat am besten gilt.

In der Freude, in dem Leide,
im Sterben, in Bitten und in Flehn
laß mir allemal geschehn,
Herr, wie du willt.

Heer, wat gij wilt, dat moet ook mij bevallen,
want uw beslissing is de beste.

In vreugde en in lijden,
in sterven, in bidden en in smeken,
laat daarin alles geschieden
Heer, zoals gij het wilt.

5. Recitatief (B)

Und willst du, daß ich nicht soll kranken,
so werd ich dir von Herzen danken.
Doch aber gib mir auch dabei,
daß auch in meinem frischen Leibe
die Seele sonder Krankheit sei
und allezeit gesund verbleibe.
Nimm sie durch Geist und Wort in acht,
denn dieses ist mein Heil,
und wenn mir Leib und Seel verschmacht’,
so bist du, Gott, mein Trost
und meines Herzens Teil.

En wilt ge dat ik niet ziek moet worden,
dan zal ik u van harte danken.
Maar geef mij daar dan ook bij
dat ook in een 'gezond lichaam'
mijn ziel geen ziekte opdoet,
en altijd gezond blijft.
Zorg voor haar door geest en woord,
want dat is mijn heil,
en ook al versmachten in mij lichaam en ziel,
dan nog zijt gij, God, mijn troost
en het erfdeel van mijn hart.
(ps. 73)

6. Koraal

Herr, wie du willt, so schick’s mit mir
im Leben und im Sterben,
allein zu dir steht mein Begier,
Herr, laß mich nicht verderben!
Erhalt mich nur in deiner Huld,
sonst wie du willt, gib mir Geduld;
dein Will der ist der beste.

Heer, beschik mijn leven zoals gij wilt,
in leven en in sterven;
Enkel naar u gaat mijn verlangen uit,
Heer, laat mij niet te gronde gaan!
Houd mij staande in uw gunst,
en wat gij verder ook wilt, geef mij geduld;
uw wil is de beste.

 

Toelichting

 

1. Bach schreef 4 cantates voor deze zondag

Alle vier keer wordt uit de lezing (de genezing van een melaatse) hetzelfde thema geïsoleerd: niet het mirakel (taking for granted —we leven nog in een voor-moderne wereld), maar de vraag wat Gods wil is. Dit is gekoppeld aan de voorwaardelijke bijzin die de vraag van de melaatse inleidt: als gij het wilt kunt gij mij reinmaken’ . Dit inspireert de tekstschrijvers (2x anoniem, Franck, Picander) tot het libretto. Het gaat dus niet om de genezing van een zieke toen (of nu), maar over wat God nu eigenlijk wil met/in ons kwetsbare leven. Het vervolg van de lezing (de genezing van de knecht van de hoofdman) benadrukt dat Jezus/God alles kàn wat hij wil (Spreek slechts één woord...). En men was niet dom in die tijd. De logische implicatie: wat mij dus overkomt, ìs Gods wil nam men ook voor z'n rekening. Het thema wordt dus: hoe kunnen wij met God eenswillend worden, d.w.z. dat in ziekte-gezondheid, voorspoed-tegengoed, leven-dood het goed is omdat Hij het wil. Het gaat – theologische term – om de belijdenis van de ‘voorzienigheid’ Gods: Providentia. Twee aspecten: Dat je het aan God moet overlaten, èn dat je het maar best aan God overlaat: Hij alleen weet wat het beste is voor jou. Alles nur nach Gottes willen (BWV 72) verwoordt dit geloof het meest kernachtig.

 

Voor Bach is dit geen gemeenplaats, stoplap (D.V., ‘als God t belieft’, zo de Here wil en wij leven, insh-allah)… maar een echte geloofsovertuiging geweest, een grondhouding in het leven… Zo de wereld en je eigen leven bezien… de lotgevallen daarin – positief en negatief – in verband brengen met God’s bestuur (‘Regiment’), en dus ook zo duiden; en be-amen… dat het goed is, ook als je dat niet zo ervaart…

 

Een geloofsoefening, die Bach zelf ook gemaakt heeft, en die hem ter harte ging. Ik durf zelfs stellen: die essentieel is voor het geloof van Bach.

 

Hoe weet ik dat?

Indirect evidence (geen bewijs). Deze cantate is al de vierde die Bach over dit thema schrijft. Dat is bijzonder. In 1729 is Bach namelijk volop aan het recycleren. Hij heeft zeker 3 volledige cycli en nog een een behoorlijk aantal losse cantates achter de hand (en repertoire van collega’s, familie…) en daarmee vervult hij z'n zondagplicht. Maar voor deze zondag maakt hij een uitzondering: voor deze lezing / dit thema: ‘Zo God wil’ nog maar eens. Hij componeert een nieuwe cantate. Als je de lijst met overgeleverde cantates bekijkt, dan is dit de enige zondag waarvan er 4 speciaal voor Leipzig gecomponeerde cantates zijn overgeleverd. Anders meestal 3 (soms eentje gerecycleerd uit Köthen/Weimar periode), soms maar 2. Kan natuurlijk toeval zijn (er zijn ook cantates niet bewaard, maar hoeveel dat weet niet niemand.)

Okay, dat blijft speculatie... Ik heb ook direct evidence...

picander_bwv156
libretto - Ernst und Scherzhafte Gedichte (1732), afdeling: Cantaten auf die Sonn - festtage duch das ganze Jahr, Leipzig 1729.

 

2. Markering in Calov bij Prediker 1:18 en 2:11

In zijn studiebijbel: de Calov-bijbel (volledige bijbeluitgave in 3 grote folianten) heeft Bach in de kantlijn niet alleen maar af en toe een opmerking geplaatst (u kent ze wel over muziek ”bij aandachtig uitgevoerde muziek, is god zelf altijd met zijn genade tegenwoordig ), daarin heeft hij vooral veel onderstrepingen en markeringen aangebracht. Opvallend: heel vaak als het over Gods Voorzienigheid (Gottes Regiment), dat een christen alles wat er gebeurt, of hij het nu zelf als goed/ kwaad ervaart doeterniettoe - ook alle tegenslag, tegenwerking in geloofsvertrouwen moet (ver)dragen… want God wil het, blijkbaar … èn dus is het goed.  

Ik lees u een passage voor die Bach gemarkeerd heeft.

Prediker 1:18 (Calov, met markeringen van Bach)

 

Het boek Prediker, u weetwel: de mens die geen ‘vat’ krijgt op het leven. Alles wat hij doet, al z’n arbeid, is ‘vanitas vanitatum, et omnia vanitas’, ijdelheid en najagen van wind. De commentaren zijn van Luther (Vorlesungen 1526, soort openbare colleges in ’t Latijn, bijna meteen vertaald en gepubliceerd)

 

2:11

Bach onderstreept ... Zo liggen vreugde en droefheid, vrede en onrust, voorspoed en tegenspoed, dood en leven geheel en al in Gods hand. Daarom is het het beste dat wij leren, ieder in zijn eigen staat en stand, om met dankbaarheid te genieten, wat God ons geeft, en God verder te laten regeren. Geeft God bezit, vreugde, vrede en genot, neem die dan aan; neemt Hij ze weer weg, draag dan geduldig Gods wil. Als het goed gaat, bedenk: het kan zo slecht worden, en – andersom - als het slecht gaat, bedenk, het kan ook weer goed komen. Ga er vooral niet van uit – en dit heeft Bach gemarkeerd in de kantlijn:  Ga er vooral niet van uit dat alles zal verlopen zoals jij het wil, zoals je hart begeert neen: jij bent niet de Heer over je leven, God is de Heer...

1:18

Onderstreept en gemarkeerd:
[...] Wie christen wil zijn, en een godvruchtig wil leven, die oefene zich om te ‘verdragen’ (der lerne sich leiden, und Gott das Regiment zu befehlen), en het ‘Regiment’ over z’n leven aan God toe te vertrouwen. Hij moet leren het Onze Vader op de juiste wijze te bidden: Heer, uw wil geschiede (ook als hij tegen zichzelf moet inbidden, voeg ik toe, op grond van Luther's uitleg). Krijgt hij dat niet onder de knie, dan maakt hij zichzelf het leven zuur, verspilt zijn tijd, en raakt tenslotte alles kwijt. (= markering in de kantlijn).

Meer info  afbeeldingen op mijn bach-studiewebsite:
https://bach-studies.wursten.be/bach-on-ecclesiastes-calov-luther-markings/

 

 

3. Op de leerschool van het leven

Wie maar de goede God laat zorgen (‘walten’ – regeren)
Wat mijn God wil, dat geschiede’ altijd
Uw wil geschiede, niet mijn wil.

 

Makkelijk gezegd (gezongen), niet gemakkelijk gedaan. Voor Bach ook niet. Waarom onderstreept hij het anders zo vaak…!

Instemmen met Gods wil, als zijnde altijd en in alle omstandigheden ècht het beste, is het moeilijkste wat er is. Voorbeeld Jezus in Gethsemane.

 

Gottgelassenheit… heette dat:
Alles nur nach Gottes Willen…

Luthers uitleg van ‘Uw wil geschiede’ benadrukt ook dat je dan moet inbidden tegen wat je zelf wilt, terwijl je inbidt in wat God voor jou in petto heeft… tot je er ja op zegt. (zie ook couplet uit het Vater unser, catechismuslied). Dat wisten goede theologen, predikanten (zielszorgers) ook toen wel. Zij probeerden de mensen daarbij te helpen, hen daartoe op te leiden…

·      Olearius: Christliche bethschule … 12 klassen het leven doorloopt en Gods regiment leert kennen en beamen.

·      Olearius Gymnasium Euthanasias, Die Christliche Sterbe-Schule, waarin de mens de ontonbeerklijke seelige SterbeKunst leert (Leipzig 1669). Ars moriendi.

Het examen (Gods wil is altijd, echt het beste heeft als testcase: Je eigen dood.) Ook dat moet je aanvaarden… als ‘goed’. Daarover gaat dus de cantate van vandaag.

 

gymnasium_euthanasias
Titelpagina van een pastorale uitgave van Johann Olearius: zielszorg in tijden van ziekte en dood: gymnasium euthanasias, christliche Sterbeschule (oefenboek om goed te kunnen sterven)

4. Bach's bijdrage: hoe het lied houvast geeft

Nu hoe heeft Bach deze ‘theorie’ nu omgezet in muziek. 

Twee dingen vielen me op

1. De tekstschrijver, C.F. Henric (Picander) had geen openingskoor voorzien. Zijn libretto begint met ‘ik sta met een voet in het graf’. Dàt vond Bach klaarblijkelijk iets te cru. Om zo te beginnen. Hij verzacht dat door de instrumentale ouverture. Geen originele compositie, maar het langzame deel uit een hoboconcert… Eigenlijk neemt Bach daar een voorschot op de goed afloop: de zalige vrede.. die de gelovige wacht… Verrassend is dan het slot. Na de gewone slotcadens (tonica) neemt de hobo onverwacht de weg omhoog en klimt naar de dominant… Het effect ? open einde… Er wordt een vraagteken gezet achter die lieflijke vrede… Dat klinkt wel mooi, ik betwist het ook niet, maar maken we het waar?  

2. Dan volgt de eerste aria.

Aria en Koraal "Ich steh mit einem Fuss..."
Hier worden twee tegengestelde affecten…. Samengezet. (zie afbeelding). De vertrouwensvolle beginstemming wordt eerst nog doorgezet: Ich steh.. de inventie van de melodie is duidelijk… Dat staat stevig, maar de zin gaat verder mit einem Fuss im Grabe:

bwv 156 aria met koraal
begin van Ich steh mit einem Fuss im Grabe en koraalinzet

 

Het contrast kan niet groter zijn. Ook de vrome mens, als hij zich dat realiseert…ookal heeft hij de hele gebedsschool doorlopen, en kent hij het handboek voor de stervenskunst vanbuiten… als hij zelf sterven moet…. dan is alles anders. Dan lukt het niet zomaar om ‘gottgelassen’ te zijn… Dan begint de grond, ook onder zìjn voeten, te wankelen. U zult het horen. Het gaat allemaal naar beneden toe, onherroepelijk. katabasis (rood en oranje). En een schrille chromatische beweging beantwoordt de neergaande lijnen (groen) U hoort het ook in de zangstem, bijv. bij het woord ’krank’ (ziek). Kortom: Alles begint te zweven, het gebinte dat de wereld —ons leven— samenhoudt kraakt in haar voegen, zelfs de toonsoort wordt onduidelijk. Er is geen houvast meer. Dat is het vrije trio in deze aria… Een wankel, nerveus naar houvast zoekend gebeuren.

Maar –de aria is ook een koraalbewerking. Zo heeft Picander z’n tekst geconcipieerd en gepubliceerd (twee lettertypes om het onderscheid aan te geven). En dat heeft Bach dankbaar aangenomen. Het is zelfs duidelijk dat dit contrast de muzikale inventio heeft teweeggebracht. Naast het trio van vrije stemmen die nerveus op zoek zijn naar houvast (en waarbij de neergang onstuitbaar lijkt), klinkt namelijk plots metrisch stabiel en eenduidig de cantus firmus van het koraal: mach’s mit mir Gott nach deiner Güte…Het gebed: Heer, uw wil geschiede… (highlighted geel)

Het muzikale effect is dat de cantus firmus de luisteraar de oriëntatie in de tijd teruggeeft. Het koraal stelt orde op zaken. Regel voor regel… steeds weer, steeds meer.

Het geloofslied, dat zich in Gods wil inbidt’... al zingend zich de waarheid van het geloof toeëigend, herstelt de goddelijke orde. God’s wil is maatgevend.

En hoe verder de aria vordert, hoe meer de onrust verdwijnt en aan het einde – met dezelfde noten, alles in z’n plooi valt: All is well, that ends well.

audio-video met de partituur + da capo met originele beeldband