BWV 41 - duitse tekst en vertaling
(met dank aan de vertaling van Ria van Hengel)
In dit oude gezang uit de begintijd van de Reformatie klinkt de dank voor de herontdekking van het mogen leven 'uit genade' sterk door. Alle tijd is genade tijd. Dankbaarheid en geloofsvertrouwen dus, kome wat komt.
1. Koor
| Jesu, nun sei gepreiset zu diesem neuen Jahr für dein Güt, uns beweiset in aller Not und Gefahr, daß wir haben erlebet die neu fröhliche Zeit, die voller Gnaden schwebet und ewger Seligkeit; daß wir in guter Stille das alt Jahr hab’n erfüllet. Wir wollen uns dir ergeben itzund und immerdar, behüt Leib, Seel und Leben hinfort durchs ganze Jahr! |
O Jezus, wees geprezen, op deze nieuwjaarsdag, voor de goedheid ons bewezen in alle nood en gevaar, dat wij de hebben mogen leven in de nieuwe vrolijke tijd waarin genade overheerst en eeuwige zaligheid; dat wij goed, gerust en stil het oude jaar hebben volgemaakt. Wij willen ons aan u toevertrouwen nu en voor eeuwig, behoed lijf, ziel en leven ook doorheen het nieuwe jaar! |
2. Aria (S)
| Laß uns, o höchster Gott, das Jahr vollbringen, damit das Ende so wie dessen Anfang sei. Es stehe deine Hand uns bei, daß künftig bei des Jahres Schluß wir bei des Segens Überfluß wie itzt ein Halleluja singen. |
Laat ons, o hoogste God, het jaar zo volbrengen, dat het einde net zo is als het begin. Laat uw hand ons bijstaan, zodat wij straks aan het eind van het jaar bij een overvloed aan zegen net zoals nu een Halleluja kunnen zingen. |
3. Recitatief (A)
| Ach! deine Hand, dein Segen muß allein das A und O, der Anfang und das Ende sein. Das Leben trägest du in deiner Hand, und unsre Tage sind bei dir geschrieben; dein Auge steht auf Stadt und Land; du zählest unser Wohl und kennest unser Leiden, ach! gib von beiden, was deine Weisheit will, worzu dich dein Erbarmen angetrieben. |
Ach, alleen uw hand, uw zegen moet de alfa en omega, het begin en het einde zijn. U draagt het leven in uw hand, en onze dagen zijn bij u opgeschreven; uw ogen zijn gevestigd op stad en land; u telt ons welzijn en kent ons lijden, ach, geef van beide dingen dat wat uw wijsheid wil, dat waartoe uw ontferming u aanzet. |
4. Aria (T)
| Woferne du den edlen Frieden vor unsern Leib und Stand beschieden, so laß der Seele doch dein selig machend Wort. Wenn uns dies Heil begegnet, so sind wir hier gesegnet und Auserwählte dort! |
Inzoverre u de edele vrede aan ons lichaam en onze stand hebt toebedacht, zo laat dan aan de ziel na uw zaligmakend Woord. Wanneer dat heil ons toevalt, zijn wij hier gezegend en uitverkorenen ginds |
5. Recitatief (B) en Koor
| Doch weil der Feind bei Tag und Nacht zu unserm Schaden wacht und unsre Ruhe will verstören, so wollest du, o Herre Gott, erhören, wenn wir in heiliger Gemeine beten: Den Satan unter unsre Füße treten. So bleiben wir zu deinem Ruhm dein auserwähltes Eigentum und können auch nach Kreuz und Leiden zur Herrlichkeit von hinnen scheiden. |
Maar omdat de vijand dag en nacht erop uit is om ons te schaden, en onze rust wil verstoren, vragen wij u, Heer God, ons te verhoren als wij u in onze heilige gemeente bidden de satan onder onze voeten te vertrappen. Dan blijven wij tot uw eer uw uitverkoren eigendom en kunnen wij ook na kruis en lijden Van hier weggaan om de heerlijkheid in te gaan. |
6. Koraal
| Dein ist allein die Ehre, dein ist allein der Ruhm; Geduld im Kreuz uns lehre, regier all unser Tun, bis wir fröhlich abscheiden ins ewig Himmelreich, zu wahrem Fried und Freude, den Heilgen Gottes gleich. Indes machs mit uns allen nach deinem Wohlgefallen: solchs singet heut ohn Scherzen die christgläubige Schar und wünscht mit Mund und Herzen ein seligs neues Jahr. |
Alleen van u is de eer, alleen van u is de roem; Geduld bij het kruis (lijden), leer ons dat en regeer al wat wij doen tot wij vrolijk vertrekken naar het eeuwige hemelrijk, naar de ware vrede en vreugde gelijk Gods heiligen. Ondertussen: doe met ons allen naar het u goeddunkt: dat zingt nu zonder spot de gelovige Christusgemeente en wenst met mond en hart een zalig nieuwjaar. |
Dick Wursten (dick@wursten.be)