De sollicitatie van Bach in Leipzig (1722/3)
Een vreemde sollicitatie (1722)
5 juni 1722. Na een lang ziekbed overlijdt Johann Kuhnau (1660-1722).
Al sinds 1684 was hij actief in de Thomaskerk (organist) en in 1701 werd
hij cantor aan de Thomasschool: D.w.z. leraar -
de 3de in rang, na de rector en de conrector - met als als bijzonder
opdracht muziekonderricht. Maar daarnaast ook toezichthouder, leraar
Latijn, en indien nodig ook nog andere vakken. Daarnaast was hij Director
Musices van de stad. Dat betekende: In alle stadskerken de
muziek voorzien, cantates, motetten en op de kerkelijk feestdagen iets
bijzonders natuurlijk. En bij elk jubileum of feest in de stad, bij de
opening van de grote beurs (Messe), de begrafenis van een
vorstin, de blijde intrede van de vorst, hoog bezoek, etc.. speciale
muziek componeren en uitvoeren.
Het is eind 1722, G.Ph. Telemann, niet de geringste
onder de componisten en reeds van een soortgelijke job voorzien in
Hamburg, wordt benaderd. Een deel van de raad zou hem dolgraag hebben.
Daar kun je mee uitpakken als stad. Hij toont zich geïnteresseerd. Hij
had wel aanvaringen gehad als student met Kuhnau, maar dat was men bij
de Raad van Leipzig al vergeten. Ook anderen tonen interessen. Naast een
hele reeks bekende en minder bekende namen, valt de naam van Johann
Friedrich Fasch op. Hij had op school gezeten in Leipzig en
had onder Kuhnau nog in het Thomaskoor gezongen; en net als Telemann –
als student
- een Collegium Musicum opgericht. Onderlinge
competitie zeker, maar vooral om een eigen muziekcircuit te hebben naast
het officiële: Veel studenten (er was geen muziekfaculteit), enkele
docenten, vrienden, onder wie geregeld beroepsmusici die gewoon graag
muziek maakten. Zoveel is er nu ook niet veranderd.
Telemann’s sollicitatie voor de post in Leipzig blijkt na enige
tijd niet serieus. Hij zegt zelf af (terwijl er al een contract met/voor
hem was opgesteld). Zogezegd omdat hij 'niet weg kon uit Hamburg’.
Daar had men z’n loon ondertussen verdubbeld. Je zou voor minder eens
een sollicitatie ensceneren. Fasch wilde graag. Hij had
net een soortgelijke baan aangenomen in Zerbst, een stadje zo’n 50 km
ten noorden van Leipzig. Hij verdiende er nog niet de helft van het
tractement dat Leipzig bood, om nog maar te zwijgen van het prestige.
Leipzig met z’n Messe, met z’n universiteit en vooral met z’n
theologische faculteit, de top van Duitsland. Hij wilde wel, maar mocht
niet. Een musicus was toen geen vrij beroep, men was in loondienst en
aan handen en voeten gebonden.
Als de ene na de andere kandidaat afvalt, u kent het verhaal, komt er in
1723 een andere kandidaat bovendrijven. Hij had nog niet gesolliciteerd,
maar werd al wel 'genoemd’. Een klaviertijger, fameus organist, maar
toch vooral bekend van wereldse muziek: de hofcomponist van de Prins van
Köthen, Johann Sebastian Bach. Zijn proefoptreden met
twee cantates, kent veel bijval en langzaam wordt hij incontournable.
Met hem kon men ook uitpakken. Dat is wel duidelijk. Aan het hof in
Dresden zouden ze jaloers zijn! Het enige bezwaar is dat hij geen
diploma heeft, ik bedoel niet in de muziek (dat bestond niet), maar
gewoon een academische opleiding (op z'n minst een 'Magister', d.w.z. de
artes liberales afgerond). Een muzikant die een dergelijke
functie ambieerde moest eigenlijk gestudeerd hebben. Als cantor moet hij
de leerlingen immers de catechismus aanleren, en de Latijnse taal, en
appreciatie voor de taal en dichtkunst. Bach was nooit naar de unief
gegaan.
Men aarzelt. Een minderheidsfactie ziet z'n kans. Zij zijn eigenlijk
niet akkoord met de idee dat Leipzig moet inzetten op muziek. Groot
uitpakken al helemaal niet. Dat is nergens voor nodig: een goede leraar
is wat we moeten hebben. Maar ja, wie dan? Een raadslid heeft
gehoord dat er nog een cantor is in Pirna, die wel heel geleerd is en
ook een deftig mens. Men besluit zich te informeren, maar het loopt met
een sisser af. Hij mag dan wel afgestudeerd zijn, maar zijn muziek is
wel erg saai, beneden het minimumpeil dat Leipzig stelt.
Ergo: het wordt Bach. Wat zijn opdracht wordt: dat staat in zijn contract
Dick Wursten (dick@wursten.be)