//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie

BWV 34, O Ewiges Feuer! O Ursprung der Liebe

 

Understanding Bach, 4, 77-99 © Bach Network UK 2009, TATIANA SHABALINA, ‘Recent Discoveries in St Petersburg and their Meaning for the Understanding of Bach’s Cantatas’

  

Men heeft altijd gedacht dat dit een late cantate van Bach was (uit de jaren 1740), omdat het enige handschrift dat bekend was uit die periode stamt. Echter: in 2009 vond een onderzoekster in Sint Petersburg enkele tekstboekjes terug die in Leipzig gedrukt zijn voor de kerkgangers. O.a. een boekje met de verzamelde teksten voor alle diensten rond Pinksteren 1727, en daar staat deze cantate ook bij. Hier enkele van de pagina’s.

 

 

 

bach bach

 

Zoals u ziet werd de cantate dus twee keer uitgevoerd op de eerste pinksterdag 1727 in Leipzig, in de voormiddag in de Nikolai-kerk, en 's avonds in de Thomaskerk.

 

Preek BWV34 – Johannes 14 (St. Norbertus, 1 mei 2016)

 

Zolang Jezus op aarde was, was alles duidelijk voor zijn leerlingen. Hij was de stem van God, en wie naar Hem luisterde, zat goed. Echter: Jezus is er niet meer, tenminste niet meer letterlijk, lijfelijk. En dat creëert een probleem, het kernprobleem eigenlijk van de kerk. We moeten het nu in zekere zin ‘zelf uitzoeken’. En dan wil het wel eens misgaan:

 

De lezing uit het boek Handelingen (h. 15) geeft daar een voorbeeld van: De enthousiaste bekeerling, de apostel Paulus, had nu ook ‘goyiem’, niet Joden, overtuigd dat Jezus geweldig was. Zij wilden nu ook wel bij ‘die Jezus’ horen en – beetje oneerbiedig gezegd - toetreden tot de club. Maar ja, dat gaat zomaar niet.

Jezus was een Jood, de apostelen waren Joden, alle christenen waren Joden en zij leefden dus ook allemaal als Joden. Ja, het christendom was eigenlijk gewoon een ‘stroming binnen het Jodendom’: zo heetten ze ook

Zij zijn degenen die binnen de synagoge ‘de weg van Jezus’ volgen... zoals je er ook had die ‘weg van Hillel’ of ‘Sjammai’ volgden.

 

U voelt al: daar ontstaat een conflict over de toelatingsvoorwaarden. Die nieuwkomers moeten gewoon Joden worden, vinden de meesten,  met alles erop en eraan, nogal logisch: ‘Zo zijn onze manieren, …En al wie met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan.’ Dus besnijdenis, spijswetten, sjabbat en alles wat daar nog verder bij kwam kijken.

Vanuit het hoofdkwartier in Jeruzalem waren sommigen al spontaan de nieuwelingen in Antiochie gaan duidelijk maken dat dat toch zeker wel de bedoeling was. Velen (onder wie Paulus) vonden dat dat niet kon. Dat waren toch uitwendige zaken, die hadden ‘toch niets met de kern van het evangelie’ te maken. Laat die mensen toch gewoon meedoen, zo zoals ze zijn. Wat maakt dat nu uit, riepen sommigen ?

 

Onrust, twist is het gevolg. De spanningen liepen hoog op.

U merkt het; niets nieuws onder de zon.

Toen ging het over dit soort zaken, nu over andere.

 

En… Jezus was er niet, dus hem konden ze het niet meer vragen. Wat te doen ?

 

Wel: men besluit te gaan praten, er wordt een bijeenkomst georganiseerd in Jeruzalem, vooruit: een concilie, en alle ‘stemgerechtigden’ – iedereen die betrokken is en wat te zeggen heeft – praten mee tot men een consensus bereikt wordt. En dat is een compromis, natuurlijk: leven en laten leven: niet de hele thora, geen besnijdenis, niet al die spijswetten, enkel een viertal vuistregels. En die worden nu aan alle twistende partijen per brief meegedeeld en toegelicht – we hebben het gehoord,  ingeleid met de formule:  ‘Het heeft ons en de heilige geest goedgedacht’.

 

Dat is niet mis: wat komt die heilige geest daarbij doen ?

 

Je kunt dat lezen als een manier om een menselijk besluit ‘kracht bij te zetten’, maar zo wil ik dat vandaag eens niet doen. Het kan ook andersom. Waar mensen overleggen en net zolang blijven praten, elkaar opzoeken, tot ze elkaar vinden, … daar heerst een ‘constructieve geest’. En als je dan – uiteindelijk – toch overeenstemming bereikt, elkaar vindt, de tegenstellingen overbrugt, dan zeg je dat de ‘positieve geest’ die er was, hierin een doorslaggevende rol heeft gespeeld.

 

Waarom zouden we de geest dan ook niet de eer geven die hem toekomt: Geestelijke zaken zijn ook realiteiten.

 

Even terzijde: Die ‘conciliebesluiten’ uit Handelingen zijn later ook gewoon weer zijn aangepast. Nogal logisch zou ik zeggen: De kerk is een beweging: Geared to the times, anchored to the Rock .. , een levend organisme en het is precies de geest die levend maakt … de heilige geest, de positieve geest, de constructieve geest…

 

Nu, als Johannes in het evangelie over de geest spreekt, en nu ben ik terug bij de evangelielezing, dan moeten we dat misschien juist niet al te mysterieus willen verstaan (spiritualistisch of extatisch), maar heel gewoon. Het gaat daar over ‘de geest die u helpt door u te binnen te brengen alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft’… ‘In die geest’ moeten de discipelen verder gaan..

 

Jezus is er dus wel niet meer lijfelijk bij, bij zijn leerlingen, bij zijn kerk, bij ons, maar dat wil niet zeggen dat hij afwezig is. Zijn geest is er nog… je voelt z’n invloed, als je aan hem denkt. Hoe hij was, hoe hij handelde met mensen, en wat hij gezegd heeft. En mensen kunnen proberen elkaar te zien in zijn geest, elkaar proberen te vinden als er spanningen zijn, als ze elkaar dreigen kwijt te raken.

 

En misschien gebeurt er dan wel iets ! Zoals gezegd: geestelijke zaken zijn ook reëel !

 

Twee woorden kenmerken die geest volgens het stukje dat wij uit Johannes hebben gelezen: ‘liefde’… en ‘vrede’… De liefde dat is de manier waarop God in ons woont (beeld ‘woning maken, bij u verblijven) De vrede, die geeft Jezus als een soort ‘erfenis’ mee; ‘Vrede laat ik u, mijn vrede geef ik U’. Sjalom een rijk woord: allesomvattende vrede, waarin tegenstellingen niet worden ontkend, maar overstegen, overbrugd: heelheid.Als je samenleeft in die ‘geest van liefde en vrede’ dan is Jezus er nog bij.

 

Ziet u: Jezus is wel weg, maar daarmee is Hij nog niet uitgeteld. Zijn geest is er nog. En die is dus niet abstract, maar heel concreet: en heel nabij: in u.

 

Het gaat er m.i. dus om dat de kerk zelf de verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden.. en vol ijver blijft verder doen in de geest van Christus…Botst het, vonkt het, dan moet je bidden om die geest.. letterlijk: dat je weer iets krijgt van die ‘spirit’ die Jezus woorden en daden ook kenmerkten.

 

En mocht u al naar een iets concreter beeld verlangen: Pinksteren biedt u dit aan: tongen als van vuur

 

De Pinkstercantate van 1726 begint er mee:: O Ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe

Een lang aangehouden noot onderstreept het eeuwigheidskarakter van de liefde (te beginnen bij de trompet).. en meteen daaronder een niet aflatende strijkersbeweging, permanent aanwezig, illustreert de lekkende vlammen, de tongen als van vuur. Schitterend voorbeeld van ‘Tonmalerei’.

De hele eerste beweging wordt dit volgehouden, waardoor dit stuk een bijna bezwerende indruk maakt. Zoveel energie als ervan uitgaat, zo’n enorme drive: Dat vermag het vuur van de liefde. Zo krachtig kan Chritus’ geest zijn.

 

En in de rest van de cantate wordt geprobeerd om dat laaiende vuur, dat op Pinksteren naar buiten slaat, te internaliseren… Hiervoor gebruikt de tekstdichter het beeld uit de lezing dat ‘God tot ons wil komen en in ons woning wil maken’. God wordt uitgenodigd, gebeden om met die liefde in ons hart te komen wonen. De vrome taal van de 3 eeuwen geleden, maar we begrijpen het wel. Het gaat erom dat we ons die geest van christus ‘eigen maken’, dat we ons daarmee vertrouwd maken, dat we ‘erin leven’. Dat het vuur altijd in ons blijve branden…

 

In een ontroerende aria (nr. 3) kunnen we ons warmen aan dit vuur van de liefde, zittend bij de haard van Christus’ aanwezigheid. Gedempte violen en octaverende dwarsfluiten geven het geheel een bijna bovenaardse glans, terwijl de alt ervan mag zingen.

 

Enfin: over muziek moet je niet praten, die moet je horen. Dus volsta ik met u te vertellen dat u na deze aria nog een verrassing te wachten staat als de zegenspreuk uit psalm 128, die natuurlijk nog uit de huwelijkscantate stamt, ook over u wordt uitgestort door koor en orkest.

 

De Here zegene U uit Sion,

opdat gij het goede van Jeruzalem moogt zien al uw levensdagen.

en opdat gij uw kindskinderen moogt zien.

Vrede zij over u en over Israel.

Amen.

 

 

Home cantates varia biografie


Dick Wursten (dick@wursten.be)