//bach.de/leben/pics/signature.gif

Home cantates varia biografie

 

BWV 2 : Ach Gott, vom Himmel sieh darein

(2e zondag na Trinitatis)

1

Coro

1

Koor (Koraal) [S, A, T, B]

 

Violino I e Trombone I col Soprano, Violino II e Oboe I/II e Trombone II coll'Alto, Viola e Trombone III col Tenore, Trombone IV col Basso, Continuo

 

Ach Gott, vom Himmel sieh darein
Und lass dich's doch erbarmen!
Wie wenig sind der Heilgen dein,
Verlassen sind wir Armen;
Dein Wort man nicht lässt haben wahr,
Der Glaub ist auch verloschen gar
Bei allen Menschenkindern.

 

Ach God, zie uit de hemel neer
en schenk ons uw erbarmen !
Er zijn bijna geen heil'gen meer
verlaten zijn wij armen.
Men strijdt uw woord de waarheid af,
en ook t geloof vergaat als kaf
bij alle mensenkinderen.

       

2

Recitativo T

2

Recitatief [Tenor]

 

Continuo

   
 

Sie lehren eitel falsche List,
Was wider Gott und seine Wahrheit ist;
Und was der eigen Witz erdenket,
- O Jammer! der die Kirche schmerzlich kränket -
Das muss anstatt der Bibel stehn.
Der eine wählet dies, der andre das,
Die törichte Vernunft ist ihr Kompass;
Sie gleichen denen Totengräbern
Die, ob sie zwar von außen schön,
Nur Stank und Moder in sich fassen
Und lauter Unflat sehen lassen.

 

Zij onderwijzen enkel valse leugens,
die tegen God en zijn waarheid zijn gericht;
En de bedenksels van hun eigen geest
- O ellendige zaak, waar de kerk kapot aan gaat -
memen de plaats in van de bijbel.
De een kiest dit, de ander dat,
het dwaas verstand is hun kompas;
Ze lijken op die graftombes
die van buiten wel mooi zijn,
maar van binnen stinken en rotten
en louter vuiligheid ten toon spreiden. [a]

       

3

Aria A

3

Aria [Alt]

 

Violino solo, Continuo

   
 

Tilg, o Gott, die Lehren,
So dein Wort verkehren!
Wehre doch der Ketzerei
Und allen Rottengeistern;
Denn sie sprechen ohne Scheu:
Trotz dem, der uns will meistern!

 

Verdelg, o God, hen die leren
zo uw woord te verdraaien.
Weer toch de ketterij,
en alle sectarische geesten
Want ze spreken onbeschroomd:
Weg met hem, die ons de baas wil zijn !

       

4

Recitativo B

4

Recitatief [Bas]

 

Violino I/II, Viola, Continuo

   
 

Die Armen sind verstört,
Ihr seufzend Ach, ihr ängstlich Klagen
Bei soviel Kreuz und Not,
Wodurch die Feinde fromme Seelen plagen,
Dringt in das Gnadenohr des Allerhöchsten ein.
Darum spricht Gott: Ich muss ihr Helfer sein!
Ich hab ihr Flehn erhört,
Der Hilfe Morgenrot,
Der reinen Wahrheit heller Sonnenschein
Soll sie mit neuer Kraft,
Die Trost und Leben schafft,
Erquicken und erfreun.
Ich will mich ihrer Not erbarmen,
Mein heilsam Wort soll sein die Kraft der Armen.

 

De armen zijn overstuur;
hun zuchtend 'Ach', hun angstig klagen
bij zoveel kruis en nood,
waarmee vijanden de vrome zielen plagen,
dringt door tot in het genadig luisterende oor van de Allerhoogste.
Daarom spreekt God; Ik zal hun helper zijn !
Ik heb hun smeken verhoord.
het ochtendgloren van de hulp,
de heldere zonneschijn van de pure waarheid
zal hen met nieuwe kracht,
die troost en leven verschaft,
verkwikken en verheugen.
Ik zal me ontfermen over hun nood,
mijn heilzaam woord
zal de kracht der armen zijn.

       

5

Aria T

5

Aria [Tenor]

 

Oboe I/II, Violino I/II, Viola, Continuo

   
 

Durchs Feuer wird das Silber rein,
Durchs Kreuz das Wort bewährt erfunden.
Drum soll ein Christ zu allen Stunden
Im Kreuz und Not geduldig sein.

 

Door het vuur wordt zilver gezuiverd,
door het kruis blijkt het geloof beproefd te zijn.
Daarom moet een christen te allen tijde
in kruis en nood geduldig zijn.

       

6

Choral

6

Koraal [S, A, T, B]

 

Violino I e Oboe I/II e Trombone I col Soprano, Violino II e Trombone II coll'Alto, Viola e Trombone III col Tenore, Trombone IV col Basso, Continuo

 

Das wollst du, Gott, bewahren rein
Für diesem arg'n Geschlechte;
Und lass uns dir befohlen sein,
Dass sichs in uns nicht flechte.
Der gottlos Hauf sich umher findt,
Wo solche lose Leute sind
In deinem Volk erhaben.

 

Neem o God, dit kostbaar Woord
in bescherming tegen dit boze geslacht;
En laat ons bij u geborgen zijn
dat niet ook wij erin verstrikt raken.
De goddeloze bende is overal te vinden
waar zulke loze lieden op handen
gedragen worden in uw volk.

       
 

 

Vertaling: juni 2002, Dick Wursten

a

vgl. Mattheüs 23, 27: "Wee u schriftgeleerden en farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op wit gepleisterde graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid."


Dick Wursten (dick@wursten.be)